Interview - Natuursteenbedrijf Granidesign Culot uit Londerzeel

Gepubliceerd op: 22/11/2024

“Meer mensen kiezen voor crematies. Maar we hebben geen schrik dat onze stiel verdwijnt”

Oorspronkelijk trokken steenkappers voor grafzerken rond van dorp naar dorp, van overledene naar overledene. Een nomadisch bestaan leiden Thierry Culot en Lesly Peeters van natuursteenbedrijf Granidesign Culot al lang niet meer. Ze doen als vierde generatie in het Londerzeels familiebedrijf bovendien zoveel meer dan enkel grafzerken. En ook de vijfde generatie klopt stilaan aan de deur.  

Tekst: Sanderijn Vanleenhove – Foto’s: Luc Daelemans  

Hier en daar maakten ze wel eens een tablet of vensterbank in natuursteen. Maar grafzerken bleven tot en met de derde generatie echt wel de hoofdactiviteit van de familie Culot. Tot de komst van Thierry. Hij wou zich meer toeleggen op interieur: keukenwerkbladen, douchebakken, wandbekleding en noem maar op. Allesbehalve grafzerken dus. Die bleven het domein van zijn ouders. Tot ze met pensioen gingen en Thierry en zijn vrouw Lesly de grafzerken er weer bijnamen.  

Lesly Peeters: “Had je me tien jaar geleden gevraagd welke van de twee ik het meest boeiend vind, dan zou ik zeker ‘interieur’ geantwoord hebben. Maar als ik eerlijk ben, dan twijfel ik nu wel. Ik vind de grafzerken echt wel een mooie sector. Een dankbare sector vooral. Het is echt één van de laatste dingen die je voor een overledene kan doen.”

“Het contact met de klanten is ook helemaal anders. Persoonlijker. Je bent vaak een klankbord voor de mensen. Sommige verhalen neem ik mee naar huis, absoluut. Dat blijft heel moeilijk. Maar je betekent wel echt iets. Als je dan nadien een mailtje krijgt van de nabestaanden waarin ze zeggen hoe tevreden ze zijn met het resultaat, dan doet dat wel enorm veel deugd.”

Engel van twee op twee  

Thierry Culot: “Oktober is voor ons natuurlijk een heel drukke periode. Iedereen wil dat de laatste rustplaats in orde is. Vroeger wilden mensen heel klassieke modellen. Alles moest gebogen of rond zijn. Nu zijn strakke en rechte grafzerken meer in de mode.”

“We merken wel dat de vraag naar grafzerken mindert. Meer mensen kiezen voor crematie. En dan hebben ze enkel een klein steentje nodig voor op het urneveld. Nu mag je zelfs de urne mee naar huis nemen, dan heb je helemaal niets nodig. Begrafenisondernemers doen nu ook heel wat kerkhofwerk.”

“Al hebben we helemaal geen schrik dat onze stiel gaat verdwijnen. Nog genoeg mensen willen hun steentje van ‘een echte steenkapper’. En voor speciallekes moeten ze sowieso bij ons zijn. Mensen kunnen bij manier van spreken hun fantasie de vrije loop laten. Geen uitdaging is voor ons te groot. En dat heb je niet bij een standaard steentje dat je vindt op het internet of gelijk waar.”

“Onze grootste uitdaging was een engel van twee meter bij twee, volledig in steen uitgehouwen. Echt een mastodont. We hebben ook ooit eens een dolfijn gemaakt. Die overleden vrouw was zot van die dieren. Mijn grootvader heeft dan weer zelf een beeld gemaakt voor zijn overleden zoon, mijn nonkel.”

Lesly: “Eigenlijk krijgen we regelmatig mensen over de vloer die hun grafzerk al komen kiezen. Omdat ze bijvoorbeeld geen kinderen hebben en de overgebleven partner niet alleen met de keuze willen opzadelen. Sommigen kopen zelfs al hun stukje grond op het kerkhof en plaatsen er al iets op.”  

(lees verder onder de foto)

Van marmer tot dekton

Thierry: “Ik haal voldoening uit de grafzerken, zeker en vast. Maar ik kan ook echt heel fier zijn op een mooi keukenblad bijvoorbeeld. Je ziet die keuken staan zonder blad en je denkt ‘a, mooi’. Maar die keuken is pas echt af als dat blad erop ligt.”

“De keuze van materialen is de afgelopen jaren wel enorm uitgebreid. Eerst kwam composiet erbij. Nu heb je ook keramiek en dekton. Elke leverancier heeft dan nog eens zijn eigen kleuren. En als bedrijf kan je niet anders dan daarin meegaan.”

“Ook de manier van verwerken en afwerken verschilt materiaal tot materiaal. Of de manier van versnijden. Vroeger volstond een zaagmachine. Maar toen keramiek of dekton opkwam, moesten we investeren in een waterjetmachine. Een dure investering.”

“Als steenkapper werk ik natuurlijk het liefst met natuursteen. Daar haal je toch het meeste eer uit, want geen enkele plaat is dezelfde.”

“Het blijft voor mij nog altijd een ambacht. Het is niet zomaar op een knopje van de machine drukken. Maar wel een ambacht waar steeds minder jongeren interesse in hebben.”

Al die papieren  

Lesly: “Gelukkig starten onze twee zonen komende zomer in de zaak. Ze draaiden natuurlijk al langer mee als jobstudent. Hun komst zal zeker voor een nieuwe wind zorgen. Ik denk dat ze vooral zullen beginnen met digitaliseren. Mijn oudste zoon wordt zot als hij op mijn bureau komt. ‘Mama, al die papieren’, zegt hij dan.”

Thierry: “Ik hoop dat we nog wat kunnen groeien. Want het zijn onzekere tijden. Eerst hadden we corona, daarna de stijging van de bouwmateriaalprijzen, dan de stijging van de elektriciteitsprijs. Veel mensen kijken de kat wat uit de boom of zetten de handrem op.”

Lesly: “Onze jongens zeggen ons soms wel eens ‘jullie zijn altijd aan het werk’. Dus ik denk dat ze dit ook anders zullen aanpakken. Maar langs de andere kant: wij zeiden dat ook toen we begonnen. En voor je het weet, ben je ook op zaterdag en zondag bezig met de zaak. Ik heb het ook nooit anders geweten. Mijn ouders en grootouders waren ook zelfstandigen. Op zaterdag werken, was voor mij de normaalste zaak van de wereld.”

“Weet je, ik was nog heel jong toen ik Thierry leerde kennen. Hij zei toen al dat hij in de zaak wou stappen. Dus ben ik doelbewust accountancy-fiscaliteit gaan studeren. Zodat ik kon helpen op het bureau. Een half jaar na mijn studies zijn we gestart.”

“Een echte relatietest was het niet. We waren nog jong, we konden elkaar nog kneden (lacht). Nu zou ik Thierry soms wat meer op mijn bureau willen zien. Zodat we sneller sommige dingen kunnen bespreken. Hij heeft dat een paar jaar geleden een tijdje geprobeerd. Maar dat werkte niet. Hij kon niet stil zitten. Ik heb hem dan maar weer naar beneden gestuurd (lacht).”

Motorcross als quality time

Thierry: “Ik zit dan ook echt wel graag in mijn atelier. Ik sta op om 5 uur ’s ochtends en ik zit hier meestal toch wel tot tien uur ’s avonds. Behalve op vrijdag. Die dag is heilig. Dan stoppen we vroeg en eten we samen met de familie. Frietjes inderdaad.”

Lesly: “En in het weekend zitten we in onze camper. Onze zonen doen allebei aan motorcross. Dat is echt hun passie. En wij gaan mee. Soms vervloek ik mezelf, want het is echt soms stressen om alles op tijd klaar te krijgen. Maar samen eropuit trekken in het weekend, dat is echt wel quality time.”

“Het is hard werken. Maar we doen het gewoon zo graag. De dag dat één van ons beide tegen onze goesting opstaat om te gaan werken, dan moet je stoppen. Of dan moet je maatregelen nemen.”

“Zelfstandig zijn is vandaag wel niet meer zo evident. Er is zoveel meer papierwerk bijgekomen, je moet met zoveel meer rekening houden. Om de zoveel tijd komt er weer een regeltje bij dat je dan maar zelf moet ontdekken. Bij grote bedrijven heb je iemand in dienst die dat allemaal in de gaten houdt, maar voor een klein bedrijf is dat niet zo makkelijk. We hebben nu een firma onder de arm genomen om ons te helpen. Maar die service heeft natuurlijk ook weer een kost.”

Thierry: “Zou ik het opnieuw doen, mocht ik toen geweten hebben wat ik nu weet? Zeker en vast. Met volle overtuiging. En om het mijn kinderen af te raden om in de zaak te stappen, is het nu toch te laat. Ze stappen al in de zaak. Nu ik eraan denk, ze hebben nog niet getekend. Dat moeten we dan maar vlug in orde brengen (lacht). <<