Interview met Van Raak: “Geen slijk? Dan beginnen we er niet aan.”

Gepubliceerd op: 07/07/2026

Van Raak begon in 1989 met beschoeiingen en onderhoudswerken aan grachten, maar groeide uit tot een waterbouwkundig bedrijf, gespecialiseerd in alle infra- en onderhoudswerken in en rond vijvers, waterlopen en beken. Ecologie staat daarbij centraal. Deze missie leverde het bedrijf de Gouden Baksteen voor Duurzame Onderneming van het Jaar van Bouwunie op.  

Tekst: Sanderijn Vanleenhove – Foto’s: Luc Daelemans  

‘En de winnaar is: Van Raak’. De reactie die daarop volgde, is er eentje om in te kaderen. Een dolenthousiaste Annemie veerde recht op het Gala van de Gouden Baksteen en juichte alsof haar leven ervan afhing.  

Annemie: “Mijn reactie was blijkbaar nogal fenomenaal, ja (lacht). Maar ik was ook gewoon compleet verrast. Eigenlijk waren we zelfs niet van plan om mee te doen, totdat een collega van jou mij op een onbewaakt moment overtuigde om toch te kandideren. Een mens doet dat dan, en je steekt daar dan toch meer energie in dan je had voorzien. Om dan te winnen. Ja, dat deed echt deugd en gaf zoveel voldoening.”  

“Ik had het trouwens eerst niet door. Pas toen Riad (Bahri, de presentator, red.) onze naam afriep, drong het tot me door. We zijn nog lang gebleven om te feesten (lacht).”

‘We’, dat zijn natuurlijk de bezielers van het bedrijf, Jan Van Raak en Annemie Bols, maar ook hun zonen Rob en Vince die mee in de zaak zitten. En hun dochter, niet actief in het bedrijf, maar die er absoluut wou bij zijn. Net als de schoonkinderen trouwens.  

Van landbouw naar waterbouw  

 

Van Raak is dan ook een echt familiebedrijf: van generatie op generatie. Maar ook: verschillende generaties samen. Alles begint in 1989 wanneer Jan in het bedrijf van zijn vader stapt.  

Jan: “Mijn vader was landbouwer, maar deed in onderaanneming hier en daar onderhoud van grachten. In opdracht van andere landbouwers, maar ook soms voor de gemeente. Zelf wou ik het landbouwbedrijf verderzetten. Maar op het moment dat ik afstudeerde, geraakten we een aantal gronden kwijt, zodat onze boerderij net kleiner in plaats van groter werd.”

“In het begin combineerden mijn vader en ik het landbouwbedrijf met de onderhoudswerken. Maar al snel – mijn vader was toen reeds gestopt – deed ik enkel nog onderhoudswerken en kwamen er ook andere activiteiten zoals oeverbescherming en de bouw van houten bruggen bij.”  

Annemie: “Die eerste jaren had ik nog mijn eigen kinepraktijk met enkele werknemers. Samen hadden we drie kleine kinderen. Die combinatie was eigenlijk niet te doen. Om een oplossing te zoeken, zijn Jan en ik uit eten gegaan om rustig samen te kijken hoe we verder onze toekomst gingen uitstippelen. Al snel kwamen we erachter dat stoppen met mijn praktijk en overstappen naar het bedrijf van Jan voor ons de beste oplossing ging zijn.”

“De beslissing nemen, was het moeilijkst. Maar éénmaal de kogel door de kerk, was het ok. Wel moest ik afscheid nemen van al mijn patiënten. Dat vond ik heel moeilijk. Gelukkig waren ze in goede handen bij één van mijn collega’s die mijn klantenbestand wou overnemen. Zolang ze leefden, sprong ik nog regelmatig binnen bij enkele chronische patiënten voor een babbeltje met een kopje koffie.”

Jan: “Toen Annemie in de zaak kwam, zijn we pas echt gaan groeien. Ik moest me niet meer bezighouden met de administratie en kon voluit gaan voor ons bedrijf.”

Straat van Hormuz


“We zitten op een beugscheut van Nederland, maar daar werken we niet of nauwelijks. Nederland schermt zijn markt goed af, beter dan België. Maar dat geeft niet. In Vlaanderen is er werk genoeg voor ons. Zelfs soms te veel. Ons werkgebied reikt zo’n 100 kilometer ver: Vlaams-Brabant, Brussel, Limburg, Antwerpen. Soms ook verder.”

‘’Een van de grootste troeven van ons bedrijf is onze uitgebreide voorraad. Die voorraad zorgt voor een grote flexibiliteit bij onze eigen projecten. Daarnaast verkopen we een assortiment materialen ook aan collega-aannemers en wegenbouwbedrijven. Dat gaat over hout voor waterbouwkundige toepassingen, schanskorven en NTMB-materialen (Natuurtechnische Bouwmaterialen, red.).”

“Voor het hout zijn we geen volwaardige groothandel. We leggen vooral een voorraad aan voor onze eigen projecten. De schanskorven en NTMB-materialen kopen we rechtstreeks bij de producent aan. Hier evolueren we steeds meer richting een gespecialiseerde groothandel.”  

“De kokosrollen komen van Sri Lanka. Onze schanskorven kopen we aan in Dubai, die via grote zeecontainers door – jawel – de straat van Hormuz tot hier komen. Ja, je kan wel zeggen dat we nu met een probleem zitten.”

Annemie: “Onze laatste bestelling was dubbel zo lang onderweg, omdat het schip een andere route moest nemen. En natuurlijk lag daardoor de kostprijs van het transport een stuk hoger. De brandstoftoeslagen die er momenteel zijn, hakken er bij onze bestellingen flink in.”  

(lees verder onder de foto)

Uitbreiding  


De kantoren, een nieuw gebouw dat voldoet aan alle energie-eisen van vandaag, bereik je na een behoorlijke rit langs de Weeldse velden en landerijen. Een natuurlijke knipoog naar Jans afkomst. Net wanneer je denkt helemaal verkeerd te zitten, gaapt de bedrijfspoort.    

Jan: “Het zag er nochtans lang naar uit dat we hier nooit ons bedrijf zouden kunnen uitbouwen. Zo’n twintig jaar zijn we met de vergunning bezig geweest.”

“Beginjaren 2000 kochten we een stuk industriegrond in Geel voor ons magazijn. Omdat we hier in Weelde een beetje zonevreemd zaten, verhuisde het kantoor mee naar Geel. Maar ons hart bleef hier wat hangen, dus dienden we toch een bouwaanvraag in. Aanvankelijk zonder veel succes.”  

“Rond 2024 konden we een extra stuk industriegrond aankopen in Geel, vlakbij het Albertkanaal. Ideaal, want we willen graag onze grond en slib via het water kunnen vervoeren. Net op dat moment kregen we groen licht voor de bouwvergunning in Weelde. Dus zaten we plots met wel heel grote investeringen. We hebben doorgebeten en hebben er tot op heden geen enkele minuut spijt van.’’

Zwarte sneeuw


Annemie: “Ik heb daar toch wel van wakker gelegen. Het waren grote investeringen voor ons bedrijf. Maar de bank stond achter ons en Jan was zeker van zijn stuk. Ja, hij is een ondernemer in hart en ziel.”

Jan: “Financieel was dat inderdaad niet gemakkelijk, maar we konden toch na 20 jaar wachten moeilijk zeggen dat we niet meer wilden bouwen (lacht).”  

“Mijn hoofd staat nooit stil. Ik ben altijd op zoek naar nieuwe ideeën of investeringen. Per jaar rijd ik zo’n 60.000 à 70.000 km. Altijd met de radio uit. Om na te denken.”

Annemie: “Dan komt hij thuis en dropt hij al zijn ideeën op tafel. En dan is hij weer weg, om alweer over iets nieuws na te denken. We zouden hem soms eens aan de tafelpoot moeten kunnen vastbinden (lacht).”

“Jij bent dat al vergeten, Jan, maar de eerste jaren hebben wij echt zwarte sneeuw gezien. In het eerste jaar dat we bezig waren, visten we naast het net voor een groot project voor de provincie Antwerpen. We hadden toen een vrachtwagen en een tractor met een maaier. En dan rijdt één van de twee werknemers die we toen hadden die camion perte totale. Zonder omniumverzekering. Toen had het eigenlijk al kunnen gedaan zijn.”

Jan: “Maar we zijn erdoor gesparteld. We zijn klein begonnen en hebben alles moeten leren. En kijk nu waar we staan. We hebben zo’n 50 werknemers en intussen zitten onze zonen ook in de zaak.”

Plantendief  


Van Raak is actief op verschillende fronten, maar waterbouw is hun specialiteit. Altijd met het oog op duurzaamheid – hallo, Gouden Baksteen voor Duurzame Onderneming. Zo zijn ze sinds 2009 aan de slag met alternatieve, ecologische materialen. In 2016 behaalden ze een NTMB-certificaat. Zelf maken ze voorbeplante georollen en geomatten voor taludverdediging of -versterking.  

Jan: “In het begin werkten we met kokosrollen om de oevers te verstevigen die we ter plaatse aanplantten. Maar we hadden een probleem. De watervogels gingen met die kleine plantjes lopen nog voor ze de tijd kregen om te groeien. Dus kweken we die plantjes nu hier in de kokosrollen op. Zodra de wortels stevig vastzitten en de vogels er niet meer mee kunnen gaan lopen, kunnen de materialen op locatie geplaatst worden.”

“We hebben net onze vergunning binnen om op onze locatie in Geel slib te mogen verwerken. Op die manier kunnen we licht vervuild slib vanuit grachten en waterlopen zelf reinigen en opnieuw gebruiken.”

“’Als er geen slijk bij zit, dan neemt onze baas het werk niet aan’, zeggen onze werknemers hier al lachend. Maar eigenlijk is dat wel zo. Het grote probleem is dan natuurlijk om werknemers te vinden die effectief in dat slijk of water willen staan.”

(lees verder onder de foto)

Vaderfiguur  


Annemie: “We klinken nu misschien negatief, maar we merken toch dat de huidige generatie jongeren anders zijn ingesteld dan vroeger. Voor onze mensen die hier al jaren werken, zijn hun machines bijna hun kindjes. Ze soigneren hun materiaal, denken mee en zijn vooruitziend. Dat missen we soms wat bij de jonge generatie.”

“De flexibiliteit is ook heel belangrijk geworden bij de werknemers. We krijgen nu te maken met deeltijds werken, ouderschapsverlof, zorgverlof, palliatief verlof, familiaal verlof, sollicitatieverlof,... De planning opmaken, is een grote uitdaging geworden.”  

“We hebben wel veel werknemers die hier al jaren werken. Onze mensen van Roemeense afkomst bijvoorbeeld. We zijn begonnen met twee Roemenen in 2010. Al vrij snel brachten die quasi hun hele familie mee: nonkels, neven, broers. We hebben in alle opzichten een familiebedrijf (lacht).”

Jan: “Het mooiste compliment kreeg ik eigenlijk van één van onze werknemers van Roemeense afkomst. Die keerde na 14 jaar bij ons te werken, terug naar zijn thuisland. Hij stuurde me dat hij elke dag voor zijn familie bidt, maar ook voor onze familie. Want ik was voor hem een soort vader geweest (zichtbaar ontroerd).”

Rustiger aan (?)


De opvolging is zoals gezegd al een hele tijd verzekerd. Zonen Rob en Vince draaien al ruim tien jaar mee in het bedrijf. Waardoor Jan en Annemie stilaan een stap terug kunnen zetten. Al zal dat, zo klinkt het meermaals, “voorzichtig, geleidelijk aan en zeker niet te snel” zijn.  

Jan: “De passie is nog te groot, we doen het nog veel te graag. Zelfs als ik op pensioen ben, zal ik hier nog komen werken. Net zoals mijn vader dat deed tot zijn 84ste. Iedereen noemde hem hier ‘pa’.”

Annemie: “Inderdaad, de eerste dag dat ik tegen mijn zin naar het werk vertrek, moet nog komen. We nemen al wel eens een halve dag om met de kleinkinderen een activiteit op school te doen of we boeken een extra weekendje en nemen deel aan een mooie uitnodiging.”  

“Van alles naar niks mogen we sowieso niet van onze zonen en willen we zelf ook zeker niet. We vangen nog veel op. Professioneel, maar ook familiaal. Omdat wij er zijn, kunnen onze zonen hun kinderen naar school brengen en halen. Wat ik ga doen als ik echt stop? Dat zien we wel. Ik kan hier altijd nog komen poetsen of koffiezetten (lacht).”