Interview met Pollentia
Gepubliceerd op: 02/02/2026“Ik mis de werf niet. Net omdat ik goede mensen heb”
Van een gouden kooi als ambtenaar naar het onzekere bestaan van een bouwondernemer. Weinigen zouden de sprong durven wagen. Jo Grieten wel. Twaalf jaar geleden richtte hij Pollentia op. Van een totaalaanneming- naar een afwerkingsbedrijf. Van een quasi eenmanszaak in een bureautje naar een kmo op een bedrijventerrein in Lierde. O ja, en eigenlijk een beetje stiekem.
Tekst: Sanderijn Vanleenhove - Foto’s: Wouter Van Vooren
“Voor ik met Pollentia begon, was ik ambtenaar in een vrij hoge functie bij een gemeentebestuur. Tot aan mijn pensioen zat ik gebeiteld in een vaste benoeming. Maar ik zag dat totaal niet zitten. Ik voelde de drang om iets anders te doen, om te ondernemen.”
“Eerst schreef ik me in voor een opleiding rond overheidsopdrachten. Vanuit het gemeentebestuur schreef ik mee aanbestedingen uit. Toen groeide het idee om aan de andere kant van die bestekken actief te zijn. Niet als aanbesteder, maar als deelnemer.”
Lees verder onder de foto.
Clandestiene onderneming
“Samen met mijn dooppeter heb ik dan Pollentia opgestart. Hij was ingenieur en had een ongelooflijk netwerk. Iets wat ik totaal niet had. Toch niet voor bouwopdrachten. Wel had ik een enorme goesting om te ondernemen.”
“Ik wou niet starten in bijberoep. Maar meteen voor het volle pakket gaan. Zonder enige zekerheid zegde ik mijn vaste benoeming op. Ik opende een rekening op mijn naam voor de zaak en begon. Elke maand stortte ik het loon dat ik mezelf uitkeerde op de gemeenschappelijke rekening.”
“En zo is mijn vrouw het te weten gekomen. Ik had haar namelijk niets verteld over mijn ondernemersplannen. Ik durfde gewoon niet. Na een tijdje vond ze die bedragen op onze gemeenschappelijke rekening verdacht en vroeg ze me uit.”
”Ja, we zijn nog altijd gelukkig getrouwd, al twintig jaar (lacht). Mijn vrouw geeft ook toe dat ze ‘neen’ zou gezegd hebben, mocht ik op voorhand gevraagd hebben een bedrijf te starten. Dus misschien was het dan toch een goede beslissing (lacht).”
Van klasse 1 naar 5
“Mijn allereerste opdracht kwam vanuit het netwerk van mijn dooppeter. De pastorij van Bambrugge, waar de kerkfabriek vergaderde, ging verkocht worden. Dus waren ze op zoek naar een andere locatie. In de zijbeuk van de kerk van Bambrugge maakten we een vergaderzaal, opgetrokken in glas.”
“De opstartjaren waren wel bijzonder moeilijk. Je vertrekt van een blanco blad. Je hebt geen investeerders, enkel een huisbank. Gaandeweg komen de opdrachten binnen en ziet de bank dat je liquiditeiten opbouwt. Maar het begin was toch echt moeilijk.”
“Ik vroeg al vrij snel mijn erkenning in klasse 1 aan om te kunnen meedingen naar overheidsopdrachten. Dat hielp wel. Vandaag hebben we zicht op klasse 5. Misschien halen we ooit nog klasse 6, maar ik denk dat we dan wel op ons plafond zitten.”
B2B-afwerkingsbedrijf
“We deden steeds hoofdzakelijk opdrachten voor scholen, zorginstellingen en ziekenhuizen. Na een interne strategische oefening gaan we hier in de toekomst nog meer op inzetten. Particulieren behoren tot de mogelijkheden, maar we gaan die niet actief benaderen. Ook gaan we ons meer als afwerkingsbedrijf profileren, terwijl we tot hiertoe alles deden, van ruwbouw tot afwerking.”
“Die positionering is nodig. Doorheen de jaren zijn we gegroeid. Van een quasi eenmanszaak naar een 16-tal werknemers en een veelvoud aan zelfstandigen. Alles samen toch zo’n 40 mensen. De flow hapert hierdoor een beetje, zeg maar.”
“Ik vergelijk een onderneming soms met een boot. Als je begint, ben je een roeibootje. Je pakt de peddels en je vertrekt. Je bent heel wendbaar. Dan werf je wat mensen aan, dus je koopt jezelf een speedboot. Nog altijd wendbaar en snel.”
“Dan zit je plots op het punt waarop je een grote boot nodig hebt. Die boot vaart supergoed, maar een grote boot kan je niet zomaar op 1-2-3 van koers doen veranderen. Daarom was die strategische oefening noodzakelijk. Waar staan we, waar willen we naartoe, wie is onze doelgroep? Je moet het structureel aanpakken. Want ik wil blijven groeien, maar geen gekke sprongen maken…”
Lees verder onder de foto.
4 schilders in plaats van 1
“Personeel vinden is moeilijk, hoor je vaak. Maar bij ons valt dat dus goed mee. Ik grijp ook een opportuniteit als die zich aandient. Zo was ik op zoek naar een schilder. De man die kwam solliciteren, vertelde dat hij nog collega’s had. Ze werkten allemaal in een bedrijf dat ging stoppen. En dus wierf ik in plaats van 1 schilder meteen 4 schilders aan.”
“Er is hier amper verloop. Mijn mensen zijn hier graag. Ik waak ook over een goede structuur, een goed opvangnet. Zelf volg ik de werven op, ik ga er wekelijks langs. Maar ik werk niet meer op de werf. Ik mis het niet, nee. Weet je waarom? Net omdat ik echt goede mensen heb op de werven.”
Classica Pollentia
Naast het werk als bouwonderneming, spendeert Jo veel tijd in de sportwereld. Zo organiseert hij elk jaar de wielerwedstrijd Classica Pollentia Lierde. Al verliep het ontstaan ervan eerder toevallig.
“Mijn vader is altijd wielrenner geweest. Hij is zelfs nog wereldkampioen geworden bij de Vlaamse Wielrijdersbond. Zijn truitje hangt hier trouwens beneden. Dat was nog in dik katoen, niet in van dat synthetisch materiaal dat de aerodynamica bevordert.”
“Ik fiets ook. Op toeristenniveau weliswaar (lacht). Op een dag waren mijn vader en ik aan het fietsen langs de Waalse kant van de Vlaamse Ardennen. Ik rijd lek, dus ik vervang mijn band. Maar even verder rijd ik nog eens lek. Net toen ik me voorbereidde op heel wat kilometers te voet, passeerde de wielerclub van Lierde. Die stopten meteen en vervingen mijn band.”
“Ik ben dan met de ploeg meegereden naar het clublokaal en heb als bedanking iedereen getrakteerd. Het jaar erop was ik bij de club ingeschreven en niet veel later organiseerde ik de Classica Pollentia ten voordele van de club en het goede doel.”
Schaatsen
Toeval bestaat niet, zo zegt het spreekwoord. En dat zou wel eens kunnen kloppen voor Jo. Want even incidenteel de wielerwedstrijd ontstond, prijkt al een tijdlang het logo van Pollentia op de mutsen en shirts van onze Belgische snelschaatsers.
“Iemand die ik op een netwerkevent had ontmoet, vertelde me over een project dat de Koninklijke Belgische Snelschaatsfederatie wou lanceren tot en met de Olympische Spelen. Ze zochten een sponsor. Ik zei onmiddellijk ‘ja’ en dacht er niet te lang bij na. Wie had gedacht dat die schaatsers het zo goed zouden doen. Plots zie je ons logo op nationale en internationale televisie (lacht).”
Lokaal verankerd
“Het mooiste moment van de afgelopen twaalf jaar was voor mij de verhuis naar het bedrijventerrein in Lierde. Dat ik het aandurfde die bouwgrond te kopen en de kans ook kreeg. Ik ben de gemeente heel dankbaar. Je mag dat zeker vermelden. Lierde is een kleine gemeente, waar de burgemeester nog aanspreekbaar is en waar de connectie tussen het bestuur en de inwoners en ondernemers groot is. Dus ook al zie je ons logo op de nationale televisie, we zijn en blijven vooral lokaal verankerd. Hier in Lierde.”