Interview met JDB Haarden en interieur
Gepubliceerd op: 07/01/2026Vurig over vuur
Vlammen die dansend aan houtblokken likken, geknetter en geknisper en vooral: zalige warmte. Zeker nu de kou stilaan in de kleren kruipt, klinkt dit als muziek in de oren. Bij JDB Haarden en Interieur in Rumst al drie generaties lang. Grootvader Jos De Backer – JDB, dus – begon met haarden en –wanden in 1962. Vader Frans zette het bedrijf verder. Zoon Yagho nam in 2019 de leiding over en zette naast haarden ook volop in op totaalinterieur.
Tekst Sanderijn Vanleenhove Foto’s Luc Daelemans
Lees verder onder de foto
High-end
In het najaar van 2022 opende JDB een gloednieuwe showroom. “Die heeft me toch een aantal levensjaren gekost”, lacht Yagho. “Maar de opening is één van de mooiste momenten van de afgelopen jaren. 250 aanwezigen die allemaal even enthousiast zijn, dat is een onbeschrijflijk gevoel. Er viel die avond een enorme last van mijn schouders”.
“Door de showroom te verbouwen, richten we ons automatisch meer op de high-end klant. In dat segment blijft er werk. De gemiddelde klant waarmee we groot zijn geworden, de middenklasse, zien we nu wel minder. Dat vind ik jammer.”
“Het gevoel dat je krijgt bij een tevreden klant, wie dan ook, daarvoor doe je het. Net voor ons gesprek werkte ik nog een haardwand af. Die mensen hadden daar tien jaar voor gespaard. Je kent dat, je geeft de uitleg, toont hoe alles werkt en dan zie je die klanten wegdromen in hun zetel. Fantastisch om mee te maken. Je kan mensen iets geven wat anderen niet kunnen.”
Met werkbroek tussen de collega’s
“Voor mijn grootvader primeerde kwaliteit altijd boven kwantiteit. Bij mijn vader was dat net zo en ook ik neem kwaliteit voor op prijs. Op zakelijk vlak is ons bedrijf al drie generaties hetzelfde. Maar we zijn wel alle drie verschillende ondernemers. Mijn grootvader en mijn ouders waren, en ik zeg dat met alle respect, echt ‘de baas’. Dat was typisch voor de tijdgeest van toen. Zelf zal ik nooit het woord ‘personeel’ uitspreken. Natuurlijk heb ik op het einde van de rit wel de eindverantwoordelijkheid, maar ik werk samen en tussen de collega’s.”
“Ik heb ook altijd een werkbroek aan, ik sta het liefst op de werf. De eerste jaren moest ik altijd ‘op den bureau’ zitten, want ik was de zoon van ‘de baas’. Maar van zodra ik de leiding overnam, zocht ik naar mensen die het bureauwerk konden overnemen. Ik wil alles weten en ben ook van alles op de hoogte, maar daarvoor moet ik niet de hele dag alles operationeel uitvoeren. Ik heb zelfs geen mailadres. Mensen moeten mij maar persoonlijk aanspreken, en dat doen ze ook.”
“Trouwens, ik zou ook niet meer op bureau mogen zitten. Mijn vrouw Saffo zit ook in de zaak. Zij vult mij ongelooflijk aan, we zijn zo complementair. En zij begrijpt wat het is om een zaak te hebben. Maar die samenwerking lukt alleen maar net omdat we verschillende verantwoordelijkheden hebben. En we elkaar niet vaak zien overdag. Als ik dan toch eens op bureau ben, dan beginnen we sowieso te kibbelen en stuurt ze me naar de werf (lacht).”