Robots bedreigen geen jobs in de bouw. Ze zijn deel van het team.

Gepubliceerd op: 21/10/2026

Een nieuwbouw of verbouwing is het resultaat van puur vakmanschap. Daar gaat de bouw prat op. Toch zwiert her en der op de werf tussen die vele handen ook al eens een robotarm rond. Vaak gaat het over prototypes. Maar volgens professor robotica Bram Vanderborght (Brubotics, Vrije Universiteit Brussel en imec) duurt het niet lang of robots worden gemeengoed in onze sector. Al zijn er nog wat uitdagingen. Een gesprek.  

Tekst: Sanderijn Vanleenhove - Foto's: Thierry Geenen, eigen foto's

Bram Vanderborght

Ik bel Bram Vanderborght voor dit interview als hij in zijn zelfrijdende wagen zit. Terwijl wij het hebben over de robotisering in de bouw, wijkt zijn auto netjes uit voor motorrijders, stopt die voor rode lichten en houdt die de perfecte afstand met zijn voorligger.  

Ondertussen is Brams robot thuis aan het stofzuigen en dweilen, heeft zijn grasrobot het gazon net getrimd en staat een andere robot klaar om straks zijn ramen te lappen. De ramen van een huis vol domotica, uiteraard. Om maar te zeggen, Bram Vanderborght doet zijn titel van ‘Professor robotica’ alle eer aan.  

En hij ziet een grote toekomst voor robots in de bouwsector. Maar hoe ver staan we vandaag?    

Bram Vanderborght, professor robotica: “In de maakindustrie is robotisering al lang bezig. Dit zijn gecontroleerde omgevingen met heel concrete, vaak gestandaardiseerde toepassingen.”  

“In de bouw is dat helemaal anders. De weersomstandigheden wisselen, het werk is elke keer anders en vaak zwaar. Dat heeft ervoor gezorgd dat robots virtueel afwezig zijn. Ik bedoel daarmee dat er wel degelijk ontwikkelingen zijn, maar ze zijn nog niet wijdverspreid toegepast.”  

En dat die robots nog niet wijdverspreid zijn in de bouw is een probleem?   

“Toch wel. De belangrijkste consequentie is dat de productiviteit in de bouw helemaal niet goed zit. Vergelijk je de cijfers met die van bijvoorbeeld de maakindustrie – met doorgedreven robotisering –, dan scoort de bouw heel laag.”

“De bouw staat bovendien voor een bijkomende uitdaging. De winstmarges zijn vrij laag. Je zit met stijgende materiaalprijzen en hoge loonkosten. Er blijft dus weinig geld over voor innovatie.”

“De bouwsector draait met andere woorden in een vicieuze cirkel. De bouw heeft de productiviteit nodig, maar er zijn geen middelen om grote risico’s te nemen om te investeren in robots om die productiviteit te bevorderen.”

(Lees verder onder de foto)

Anderzijds zie je toch mooie initiatieven van individuele bouwbedrijven?  

“Absoluut. In de bouw hebben drones of het BIM-model bijvoorbeeld al langer ingang gevonden. Dat kan je als een vroeg stadium van robotisering beschouwen.”

“En er zijn inderdaad voorbeelden van echte robotisering. De metselrobot Wally uit Limburg bijvoorbeeld. Of het bedrijf Monumental in Nederland, dat ook bezig is met een metselrobot. In Amerika bestaat een robot (Dusty Robotics) die op de fundering de bouwtekening tekent zodat je perfect weet waar de binnenmuren en dergelijke moeten komen.” 

Maar er zijn te weinig initiatieven in de bouw, zegt u?  

“Er bestaat heel wat onderzoek naar robots en relevante toepassingen in de bouw. Maar om dat onderzoek of de ontwikkelingen om te zetten naar concrete bedrijven, ja, dat is een uitdaging.”

“Vandaag heb je langs de ene kant de bouwbedrijven en langs de andere kant de robotbedrijven. De robotbedrijven verkopen bij manier van spreken robots, maar ze maken geen concrete toepassingen. Daarvoor heb je de kennis van de bouwbedrijven nodig. Maar die ontbreken. Je hebt pioniers, om Wally nog maar eens te noemen, maar er zijn er te weinig om echt een antwoord te bieden aan de noden van de bouwindustrie.”

Robots maken is misschien ook gewoon een te dure aangelegenheid voor een bouwbedrijf?

“Daar zijn inderdaad heel wat financiële middelen voor nodig. Een individueel bouwbedrijf gaat niet snel zo’n investering doen. Want je moet in zee gaan met een robotbedrijf, dat meestal ook een start-up is. Met alle mogelijke risico’s van dien.”

“Ik denk dat we daarom moeten evolueren naar een soort van fonds waarin zowel bouwbedrijven als risico-investeerders zitten. Zo wordt het risico gespreid. De risico-investeerders weten wat er nodig is om een succesvolle start-up te financieren en zijn het gewoon om risico’s te nemen. De bouwbedrijven zijn de eindgebruikers: zij kennen de werf en weten waar robots echt het verschil kunnen maken. Zo breng je middelen en eindgebruikers samen.”

Zijn we nog op tijd? Worden we op het vlak van robots niet langs alle kanten voorbijgestoken door bijvoorbeeld China?  

"China zet vooral in op humanoïde robots voor de grote markten: thuisgebruik en de maakindustrie.”

“Maar ik denk dat we, net zoals bij wagens, een breed gamma aan robots nodig hebben. Een voertuig op een werf is iets helemaal anders dan de wagen waarmee ik nu rijd. Voor robots is dat niet anders.”

“Robots die meerdere taken aankunnen, zullen we dus telkens moeten afstemmen op de omgeving waarin ze werken. Een werf stelt nu eenmaal andere eisen dan een fabriekshal of een woonkamer.”

“Ik denk dat Europa zich daarom ook moet focussen op de onderdelen van zo’n robot: de chips, de sensoren. Hoe de robot zelf eruitziet en hoe hij op maat wordt gemaakt, zal afhangen van wat de regelgeving vereist. Daar zit de toekomst. Ook al is het maar om ervoor te zorgen dat China niet kan meekijken met onze robots. Cybersecurity is een belangrijk aandachtspunt.”

Even terug naar de bouw. Volgens u is het geen kwestie van of er robots komen op onze werven, maar eerder wanneer die actief zullen zijn?  

“De robotisering komt er zeker. Geleidelijk aan. Vergelijk het met de zelfrijdende wagens. In het begin zorgde de auto ervoor dat je mooi tussen de witte lijnen bleef, dan herkende de wagen een rood licht en vandaag rijdt die autonoom, alhoewel ik nog niet ondertussen op laptop kan werken. Stap per stap evolueren we, dus ook in de bouw.”

“De uitdagingen zijn natuurlijk groot in de bouw op het vlak van robots. Een robot moet snel kunnen werken, sneller dan een arbeider, anders rendeert die robot niet. Maar de robot moet ook opgewassen zijn tegen allerlei weersomstandigheden. En natuurlijk moet de robot te allen tijde veilig kunnen werken.”

“Daar staat tegenover dat robots per definitie preciezer zijn. Ze staan continu in verbinding met het BIM-model en ze corrigeren zichzelf. Om een voorbeeld uit de praktijk te geven. Toen ik aan het bouwen was, waren de arbeiders in mijn bureauruimte de deuropening vergeten. Dat is een fout die een robot nooit zou maken.”  

Moeten onze bouwvakarbeiders vrezen voor hun job als meer en meer robots hun intrede doen?  

“Is het ook net geen uitdaging in de bouw om mensen te vinden? De sector heeft een tekort aan arbeidskrachten.”

“Het is niet de bedoeling dat robots jobs bedreigen. Je moet de robot als deel van het team zien. Hij neemt taken die een arbeider niet wil of niet kan doen over. En natuurlijk is het belangrijk dat de arbeiders nauw betrokken zijn bij de ontwikkeling van robots. Het is niet de bedoeling om technologie te gaan opleggen. De mensen moeten robots net als een verrijking beschouwen.”

De betaalbaarheid van bouwen en verbouwen is een hot topic. Gaan robots ervoor zorgen dat bouwen of verbouwen goedkoper wordt voor de particulieren?  

“Eén robot ontwikkelen, kost handenvol geld. De ontwikkelingskost ligt hoog. Maar als je vanuit die ene ontwikkeling meerdere robots maakt, dan gaat de prijs omlaag. Dat is bij alles zo. De humanoids waar ik bij mijn doctoraat op werkte, waren ook veel duurder dan nu.”

“Vandaag kost een keuken bijna zoveel als een gemiddelde auto omdat alles vaak met de hand wordt gemaakt. Als je met robotisering de productiviteit kan verhogen, dan zal die keuken uiteindelijk minder kosten. Maar zover zijn we natuurlijk nog lang niet.”

“Volgens mij zit op korte termijn de grootste winst voor robotisering in de bouwsector ook niet in de particuliere sector. Een robot bouwen om enkele gaatjes te boren in het plafond om spotjes te steken in een particuliere woning, ja, dat gaat niet productief zijn. Investeer in een robot die de kilometerslange tunnels van de Oosterweel van gaten voorziet, en dan krijg je een heel ander verhaal.”

“Ik zie daar ook een taak voor de overheid. Zij moet die robotisering stuwen. Bijvoorbeeld door te zeggen dat x-procent van de middelen naar innovatie moet gaan. Innovatie die je vervolgens kan inzetten op grote werven. Om dan op lange termijn de innovatie door te trekken naar de kleinere werven. Wanneer die betaalbaarder is.”

De opportuniteiten in de bouwsector zijn groot. Maar hoe rijm je een doorgedreven robotisering met het duurzaamheidsverhaal. Toch ook heel belangrijk in de bouwsector?  

“Ja, dat is een tweesnijdend zwaard. Robotisering zorgt langs de ene kant voor duurzame oplossingen. Maar anderzijds is er gigantisch veel rekenkracht en data nodig om die robots te doen werken. En bevatten robots materialen waarvoor ze in sommige landen oorlogen voeren.”

“Het zal eropaan komen om chips en sensoren en dergelijke te maken die het energieverbruik drukken. We zijn daar ook mee bezig.”

“Er zijn heel wat opportuniteiten, maar we staan tegelijk nog voor heel wat uitdagingen. Voor mij persoonlijk heel interessant (lacht).”