Interview | Grondwerken Eggermont

Gepubliceerd op: 13/02/2025

Dit interview verscheen in Bouwnieuws, het ledenmagazine van Bouwunie

“Natuurlijk ga je eens op je bek. Maar dan is het incasseren en verder doen”

Zijn zoon van drie heeft dan misschien intussen een groter machinepark dan hijzelf (toch in miniatuur), grond- en afbraakbedrijf Eggermont behoort tot één van de grootste spelers in Vlaanderen. Het gaat hard voor Simon Eggermont. Op amper tien jaar tijd stampte hij een heuse kmo uit de grond. “Ik heb nooit een plan gehad om te groeien. Wanneer zich een opportuniteit voordoet, durf ik gewoon te springen”.    

Tekst: Sanderijn Vanleenhove – Foto’s: Wouter Vanvooren 

“Toen ik pas begon, verkocht ik mijn vaders kraantje achter zijn rug om en kocht met dat geld een nieuwe. Hij heeft het lang niet geweten, maar nu kan hij er intussen om lachen”. Simon Eggermont, zaakvoerder van het gelijknamige grond- en afbraakbedrijf in Deinze, verkneukelt zich duidelijk bij het herbeleven van zoveel jeugdige schalksheid.   

Dat mag ook, als je ziet waartoe de schelmse verkoop van die ene kraan heeft geleid. Op tien jaar tijd werkte Simon zich op van een eenmansbedrijf in bijberoep tot werkgever van zo’n 60 personeelsleden. Naast grond- en afbraakwerken, heeft hij met zusteronderneming RE:Eggermont een eigen recyclagebedrijf, inclusief betoncentrale (REMIX BV.).  

Meer dan terecht schopte hij het dan ook tot finalist van de UNIZO KMO van het Jaar 2024 en nomineerde Trends hem onlangs voor het derde jaar op rij voor de Trends Gazellen. En op het moment dat je dit artikel leest, weten we of hij de Bouwunie-Baksteen voor Werkgever van het Jaar in de wacht sleepte. “Concrete plannen voor als we winnen, zijn er niet. Maar dat het een stevig feestje wordt, staat vast. Ons team verdient het.”  

Maar ho, rustig, we lopen op de feiten voorop. Toch maar eerst even terug naar hoe het allemaal begon. Bij dat ene kraantje van Simons vader dus. 

Tuinbouw min tuin = bouw

“Toen ik een jaar of zestien was, kocht mijn vader een oud boerderijtje. Hij wou alle afbraak- en grondwerken zelf doen, dus schafte hij zich een tweedehandskraantje aan. En ik moest hem helpen. Ik was meteen verkocht. Vanaf dan was ik altijd op woensdagnamiddag en op zaterdag met mijn kraan bezig.” 

“Eigenlijk was het niet de bedoeling om in de bouw terecht te komen. Ik ging naar de tuinbouwschool en zou tuinarchitect worden. Ik was altijd de eerste van de klas, had de beste punten. Maar op mijn achttiende besloot ik om niet verder te studeren. Ik had mijn doel gevonden. Ik wou werken in de bouw. De slimste van de klas die ging stoppen met studeren, mijn moeder was daar heel verdrietig over. Intussen is ze bijgedraaid, hoor (lacht). Ze is trots op me. Ze werkt hier trouwens ook.” 

“De eerste jaren werkte ik als werknemer bij een bedrijf in de buurt. In bijberoep deed ik verder met mijn kraan. Tot ik op een dag een groot project kreeg dat ik niet achter mijn uren kon doen. Ik waagde de sprong en werd zelfstandige in hoofdberoep. Maar toen dat project drie maanden later klaar was, stond ik daar natuurlijk. Ik heb dan alle bouwbedrijven in de streek om werk gevraagd. Vaak ging het om klusjes die niemand wou doen. Maar ik deed ze. En geleidelijk aan kwamen de opdrachten binnen. Het eerste bedrijf dat mij werk gaf, is hier trouwens nog altijd klant.” 

“Het was niet mijn intentie om te staan waar we nu staan. Je wordt daar als het ware in getrokken. Er komen dingen op je pad en dan moet je kiezen: erin meegaan of niet. Durven investeren of niet. Ik koos er altijd voor om te durven gaan. Natuurlijk ga je op je bek. Ik ben ook vaak tegen de muur gelopen. Maar dan komt het erop aan om te incasseren en verder te doen.” 

Frigo’s niet toegelaten

“Wij groeiden de voorbije jaren in een pijlsnel tempo. De afbraakwerken kwamen erbij en toen we de site hier kochten, voegden we een recyclagebedrijf aan onze activiteiten toe. In mei bouwden we nog onze eigen betoncentrale, wat het recyclageproces een niveau hoger bracht. Betonvloeren die we uitbreken, gaan we zodanig malen en zeven tot we de grondstoffen overhouden waar we opnieuw beton van maken. Om je een idee te geven, 80 procent van een afgebroken woning recycleren we zelf. Enkel glas, plastiek en gevaarlijk afval zoals asbest, besteden we uit.” 

“Duurzaamheid is belangrijk, maar al die regeltjes maken het ons niet makkelijk. Ik heb het er soms moeilijk mee. Mensen in Brussel die zelf niet in de praktijk staan, bepalen regels die gewoon niet haalbaar zijn. Vroeger namen wij een container met gemengd afval mee naar hier en onze mensen, gespecialiseerd in afval, sorteerden en verwerkten alles. Nu moet alles in aparte stromen. Dat leidt tot absurde situaties.”   

“Stel: een klant dropt een frigo in een container met ander afval. Die container komt hier toe. Eigenlijk moeten wij dan – alarm, alarm – meteen OVAM verwittigen, de frigo opnieuw in de container laden en het ding terugrijden naar de klant. Ja, waar zijn we dan mee bezig? Ik heb vandaag twee mensen voltijds in dienst die zich enkel en alleen bezighouden met alle regeltjes en software die daarbij komt kijken.”  

“Onlangs had ik het er nog over. Ik ben met grondwerken begonnen omdat ik zo graag met de kraan bezig was en met de camion reed. En voor je het goed en wel beseft, is je bureau je werkterrein. Je bent een bedrijfsleider, een manager. Maar dat kan ook niet anders. Als je geen goede offertes maakt, geen facturen opstelt, mensen niet aanstuurt of nacalculatie en zo doet, dan werkt het niet. Ik probeer wel zoveel mogelijk op de werven te komen. Al is het maar vijf minuutjes. Zo kan ik nog eens met mijn gasten babbelen.”  

Specialleke 

“Ik probeer echt tussen mijn mensen te staan. Met hen een pintje drinken op vrijdagavond. Ik ben flexibel en aanspreekbaar. Het woord ‘baas’ vermijd ik. Het is niet omdat je werkgever bent, dat je meer bent dan de andere. Respect voor elkaar is de sleutel. Je mag nog het mooiste en beste materieel hebben, als je mensen niet mee willen, dan is dat materieel nutteloos.” 

“Vrienden en kennissen die zelf ook werkgever zijn, zeggen me soms dat ik veel te veel doe voor mijn mensen. Zo zit de kraanman erbij als ik een nieuwe kraan wil kopen. Wil die een speciaal lampje of weet ik veel welk ander ‘specialleke’ op zijn kraan, dan neem ik dat erbij. ‘Als die kraanman morgen weg is, dan sta je daar met je lampje’, zeggen mijn vrienden dan. Maar ik ga er niet van uit dat mensen weggaan.” 

“Voor mij is dat een vorm van respect. Hier heeft elke chauffeur zijn eigen camion, elke kraanman zijn eigen kraan. Ik hang daar dan hun naam op. Mijn mensen zijn daar fier op. En ze dragen dan ook zorg voor hun materiaal. Ik moet nooit zoeken naar personeel. Vorige week zette ik een zoekertje voor een chauffeur en ik heb deze week vijf sollicitaties. Mijn aanpak zal dan wel niet verkeerd zijn, zeker?”  

Werk blijft op het werk  

“In 2025 is mijn doel om me toch wat meer misbaar te maken in mijn bedrijf. Ik wil niet meer groeien in de hoogte, wel in de breedte. Meer werfleiders. De structuur verbeteren van de hele onderneming. Offertes maken, facturen opvolgen… Ik wil absoluut niet dikkenekkerig klinken, maar zulke taken wil ik graag doorschuiven. Ik merk dat die meer en meer een last worden.” 

“Het rommelt natuurlijk in de bouwsector. Maar ik moet toegeven dat ik er voorlopig niets van merk. Wij zijn natuurlijk vooral actief in de industrie. Toch is iedereen iets waakzamer. Zelf ga ik ook geen zotte investeringen doen dit jaar. Ik ga een beetje gas terugnemen. Een tweede locatie zoeken, staat wel nog op het lijstje. Het wordt hier te klein. Jammer genoeg zijn er zo weinig Klasse 1-terreinen. Dus moeten we op zoek buiten Deinze.” 

“Financieel gaat het goed. Maar de cashflow opvolgen en bijsturen, dat blijf ik moeilijk vinden. Ondernemen is vandaag ook anders dan vroeger. Er was meer vertrouwen, een woord telde. Ter plaatse nog extra taken bijnemen zonder dat op papier te zetten, doe ik niet meer. Ik heb al te veel slechte ervaringen. Dat is jammer.” 

“Maar mijn werk mee naar huis nemen, doe ik nooit. Trek ik hier de deur toe, dan is het voor mij echt gedaan. Mijn vrouw werkt hier ook, in het recyclagebedrijf. Overdag zien we elkaar nauwelijks. Soms wil ze dan thuis iets met mij bespreken over het werk. Maar ik blok dat af. Anderen maken ruzie omdat het altijd over het werk gaat, wij omdat het net niet over het werk mag gaan (lacht).”