De toekomst van verwarming: wat moet je als installateur weten?
Gepubliceerd op: 22/07/2025De energiemarkt in verandering
De verwarmingssector staat voor grote veranderingen. De stijgende energiekosten, veranderende wetgeving en een groeiende focus op duurzaamheid maken dat installateurs zich moeten aanpassen aan een nieuwe realiteit. Wat verandert er en wat betekent dit concreet voor jouw werk? En waar gaat de markt naartoe?
Btw op verwarmingsinstallaties
De federale overheid past de btw-regels voor verwarmingssystemen grondig aan. De bedoeling is om duurzame keuzes fiscaal aantrekkelijker te maken en het gebruik van fossiele brandstoffen af te remmen.
Warmtepompen
Woningen van minstens 10 jaar oud:
- 6% btw.
Nieuwbouw:
- Tot eind 2024: 6% btw (tijdelijke maatregel)
- Sinds 1 januari 2025: 21% btw
- Vanaf 1 januari 2026: vermoedelijk opnieuw 6% btw. Maar dit is nog niet bevestigd.
Fossiele verwarmingsketels (gas of stookolie)
- 21% btw, ongeacht de leeftijd van het gebouw
Er is een overgangsmaatregel (6% btw) voor de installatie van een verwarmingsketel in een woning van minstens 10 jaar oud waarvoor de overeenkomst werd gesloten uiterlijk op 28 juli 2025.
Hybride verwarmingssystemen (deels op fossiele brandstof)
- 21% btw, ongeacht de leeftijd van het gebouw
Er is een overgangsmaatregel (6% btw) voor de installatie van een verwarmingssysteem in een woning van minstens 10 jaar oud waarvoor de overeenkomst werd gesloten uiterlijk op 28 juli 2025.
ETS2: Het nieuwe emissiehandelssysteem
Een van de grootste veranderingen is de invoering van ETS2, een nieuw emissiehandelssysteem dat vanaf 2027 van kracht wordt. Dit systeem zal ook de gebouwde omgeving omvatten, wat betekent dat zowel bedrijven als particulieren extra moeten betalen voor CO₂-uitstoot. De prijs van fossiele brandstoffen zal hierdoor stijgen, waardoor investeringen in energiezuinige verwarmingssystemen aantrekkelijker worden.
Hoeveel bedraagt de heffing?
In eerste instantie zou de ETS2-heffing bij de introductie rond de 45 euro per ton CO2 liggen. Bij de recente eerste veiling van rechten zat die op een prijs van 73,57 euro. Het Federaal Planbureau gaat in zijn berekeningen uit van een CO₂-prijs van 60 euro per ton CO₂. Je merkt meteen, het is een handel waardoor de prijs niet kan bepaald worden voor de toekomst.
- Aardgas: Tussen het goedkoopste en het duurste scenario betekent dit voor een gemiddeld huishouden met aardgas 60 euro tot 100 euro voor de verwarming extra per jaar.
- Is je huis niet goed geïsoleerd, dan kan de extra verwarmingskost oplopen van 115 euro tot 190 euro voor aardgas.
- Stookolie: wie stookolie gebruikt, kijkt aan tegen 150 euro tot 245 euro per jaar extra.
Let op, dit zijn inschattingen. Het gaat over een emissiehandelssysteem, dus vraag en aanbod bepalen de prijs. Dat kan dus sterk variëren in de tijd en geeft een bepaalde onzekerheid.
Taxshift: van gas naar elektriciteit
Om de energietransitie te versnellen, voert de overheid een taxshift door: de belasting op gas zal stijgen, terwijl elektriciteit relatief goedkoper wordt. Dit heeft een directe impact op de keuze van verwarmingssystemen. Elektrische oplossingen, zoals warmtepompen, worden financieel interessanter.
Elektriciteit duurder dan gas
Vooral de accijnzen op elektriciteit vormen een ernstige hindernis voor de doorbraak van warmtepompen. Hoewel warmtepompen tot drie keer efficiënter zijn dan de beste aardgascondensatieketels, blijven ze financieel onaantrekkelijk door de hoge elektriciteitsprijzen. Om echt te kunnen concurreren met aardgas, mag elektriciteit maximaal 2 tot 2,5 keer duurder zijn dan gas. De realiteit? In België is elektriciteit momenteel maar liefst 4,1 keer zo duur, waardoor de overstap naar warmtepompen sterk wordt afgeremd.
Een groot deel van deze scheeftrekking is te wijten aan de federale overheid, die elektriciteit zwaar belast in vergelijking met fossiele brandstoffen. Op 1 januari 2025 bedroegen de federale accijnzen op elektriciteit 49,41 €/MWh, terwijl die op aardgas slechts 9,45 €/MWh waren.
Verschuiving energietaksen
Om dit recht te trekken, is een radicale verschuiving van de energietaksen noodzakelijk. Volgens overheidsanalyses moet de federale regering haar accijnzen zoveel mogelijk verplaatsen van elektriciteit naar fossiele brandstoffen. De vorige plannen voorzagen een geleidelijke taxshift van 50% over vier jaar vanaf 2028. Wat de huidige plannen inhouden, is nog niet bekend.
Wat betekent dit voor een gemiddeld huishouden?
Met een volledige taxshift zou de elektriciteitsfactuur jaarlijks met zo’n 170 euro dalen, terwijl de kosten voor aardgas zouden stijgen met 215 euro per jaar en voor stookolie zelfs met 265 euro per jaar.
Ondertussen is het Vlaamse klimaatplan wel bekend. Het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2023-2030 voorziet een taxshift waarbij 362 miljoen euro aan heffingen uit de elektriciteitsfactuur wordt gehaald en verschoven naar de facturen van aardgas en stookolie. Om gezinnen te ontzien, wordt daarbovenop 180 miljoen euro extra gebruikt om de elektriciteitsfactuur verder te verlagen. Die middelen komen uit de inkomsten van de Europese koolstoftaks (ETS2), waarvan een deel terugvloeit naar de lidstaten via het Sociaal Klimaatfonds.
In theorie zou deze operatie de elektrificatie van verwarming, zoals via warmtepompen, aantrekkelijker moeten maken. De Vlaamse regering mikt er op om warmtepompen “eindelijk rendabel” te maken voor gezinnen. Voor een gemiddeld gezin betekent de taxcut een verlichting van ongeveer 60 euro per jaar op de stroomfactuur.
Complexiteit van energiecontracten en piekbelasting
Naast de accijnzen en taksen spelen ook de verschillende energiecontracten en piekbelastingen een grote rol in de elektriciteitsfactuur. De invoering van het capaciteitstarief in Vlaanderen brengt mee dat de kostprijs van elektriciteit niet enkel gebaseerd is op verbruik, maar ook op het piekvermogen dat een huishouden of bedrijf gebruikt. Dit maakt het berekenen van de effectieve elektriciteitskost complexer en kan gevolgen hebben voor installaties zoals warmtepompen.
Daarnaast verschillen energiecontracten sterk in prijs en voorwaarden. Dynamische contracten, waarbij de prijs fluctueert op basis van de marktvraag, kunnen voordelig zijn voor gebruikers die flexibel kunnen omgaan met hun verbruik, maar brengen ook risico’s mee.
Conclusie: een toekomst vol verandering en onzekerheid
Eén ding is duidelijk: de verwarmingssector staat voor grote veranderingen, maar er blijven nog veel onzekerheden. Als installateur is het belangrijk om daar transparant over te zijn tegenover je klanten. Wat wél vaststaat, is dat overheden – op Europees, Federaal en Vlaams niveau – sterk inzetten op elektrificatie en duurzame, efficiënte verwarming. De exacte kosten en impact van de maatregelen zijn nog niet volledig duidelijk, maar de trend richting klimaatvriendelijke verwarmingsoplossingen is onmiskenbaar. Het is dus cruciaal om je voor te bereiden op deze evolutie en je klanten hierin correct te begeleiden met de nodige nuances en helaas onzekerheden.
Vragen? Contacteer Wouter Vaesen
digitalisering, certificering en normering
werking technieken en werking dakdekkers