Studie CREG warmtepomp bewijst: Taxshift van aardgas naar elektriciteit noodzakelijk
Gepubliceerd op: 21/05/2025Een warmtepomp is zelden rendabeler dan een gasketel, zelfs met de huidige Vlaamse subsidies. Dat toont een studie van de CREG aan, waarover de krant De Tijd vandaag bericht. “Niets nieuws onder de zon”, reageert Bouwunie-topman Jean-Pierre Waeytens. “Wij zeggen al jaren dat een warmtepomp enkel rendabel en nuttig is bij woningen die ervoor geschikt zijn. En dat zijn er minder dan altijd werd gezegd. Dat blijkt uit onze eigen berekeningen en de studie van de CREG bevestigt dit alleen maar”, aldus Waeytens. Zo zijn woningen met een label D vaak onvoldoende om een warmtepomp te laten renderen. Omdat er bijvoorbeeld onvoldoende isolatie is, je niet op lage temperatuur kan verwarmen enzovoort. Waardoor de gasketel in dergelijke woningen vervangen door een warmtepomp je meer kost en dat de terugverdientijd stijgt. Zelfs als je de Vlaamse subsidies mee in rekening brengt. De hoge prijs voor elektriciteit speelt natuurlijk ook een grote rol in de rendabiliteit van een warmtepomp. Bouwunie pleit daarom voor een taxshift door enerzijds de accijnzen op elektriciteit zo snel mogelijk te verlagen om zo de prijs te drukken. En anderzijds de overheidsheffingen op gas te laten stijgen. Daarnaast blijft Bouwunie erop hameren om de renovatieplicht te optimaliseren, om meer woningen warmtepompklaar te maken. Ten slotte dringt de bouworganisatie erop aan om het verlaagd btw-tarief op warmtepompen zo snel als mogelijk opnieuw in te voeren en niet te wachten tot 1 januari 2026.
Met de huidige renovatieplicht moet je als consument renoveren tot label D. Maar in de praktijk merken we dat een gasketel vervangen door een warmtepomp in huizen met een label D je vaak meer kost. Bouwunie stelt voor om de renovatieplicht te optimaliseren. Consumenten moeten 10 tot 15 jaar de tijd krijgen om hun woning te renoveren, maar dan wel naar een hoger niveau dan label D. Die termijn moet wel gekoppeld zijn aan een master renovatieplan. Zodat mensen stapsgewijs, maar wel doordacht kunnen renoveren. Om zo lock-ins te vermijden. Lock-ins zijn renovaties die enkel dienen om het minimumlabel D te halen, maar achteraf teniet worden gedaan als je een hoger label wil. Op die manier krijgen consumenten ook meer financiële ademruimte.