Hoe vaak moeten PBM's worden gecontroleerd?
Elke uitrusting met bijhorende accessoires, die een werknemer kan dragen of vasthouden om zich te beschermen tegen risico's die zijn veiligheid of gezondheid op het werk kunnen bedreigen, moet verplicht worden gecontroleerd.
Voorbeelden: veiligheidshelmen en -brillen, oordopjes of oorkappen…
Bij elk gebruik moet worden gecontroleerd of de PBM’s (persoonlijke beschermingsmiddelen) nog beantwoorden aan alle vereisten die door de codex over welzijn op het werk worden opgelegd.
Deze controle kan gebeuren door de werkgever of een door hem aangeduid lid van de hiërarchische lijn of een andere werknemer die hiervoor de nodige opleiding heeft gevolgd.
Als PBM’s hun levensduur of vervaldatum overschrijden, moeten ze worden weggehaald. Ook beschadigde PBM's of PBM's die niet langer voldoende bescherming bieden, moeten buiten gebruik worden gesteld.
Het onderhoud en de herstellingen moeten gebeuren volgens de voorschriften van de fabrikant.
Voor PBM’s om vallen te voorkomen, gelden extra eisen. Niet-permanent bevestigde PBM's tegen vallen moeten minstens om de 12 maanden worden gecontroleerd door een erkende externe dienst voor technische controle (EDTC). Zowel vast als niet-permanent bevestigde PBM's moeten bovendien door een EDTC worden gecontroleerd wanneer ze een persoon tijdens een val hebben tegengehouden.