Duurzaamheidsrapportage op veel lager pitje
Het Europese Parlement keurde op 3 april 2025 de Simplification Omnibus goed. En tijdens de plenaire vergadering van 13 november 2025 stemde het Europees Parlement voor een nog verdere vereenvoudiging van de regels rond duurzaamheidsrapportering (CSRD) en zorgplicht (CSDDD). Op 16 maart 2026 is het hele wetgevende traject binnen de EU doorlopen en is de aanpassing in werking getreden. De lidstaten moet deze aanpassingen in het komende jaar in hun regelgeving inkantelen.
Door de inwerkintreding van de directives worden de eisen voor de opmaak van duurzaamheidsrapportage een heel stuk eenvoudiger en beperkter. En dat is een positieve zaak!
Bouwunie heeft samen met EBC, UNIZO en SMEunited zeer sterk gepleit voor deze vereenvoudigingen. We zijn dan ook blij dat onze oproep werd gehoord en onze vragen tot aanpassing werden verwerkt in de nieuwe voorstellen.
De zogenaamde trickle-downeffecten zijn hiermee helaas niet helemaal van de baan, maar ze worden minder omvangrijk dan oorspronkelijk uitgewerkt en vooral, er komt uitstel én een vereenvoudiging voor wie wel onderworpen is aan de rapportageplicht.
We geven je hierbij graag een kort overzicht van de belangrijkste wijzigingen die zijn voorgesteld.
Richtlijn betreffende duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD)
Jongste beslissingen
- De CSRD geldt enkel voor bedrijven met minstens 1.000 werknemers en een omzet van meer dan 450 miljoen euro. Alleen deze bedrijven zijn verplicht om ook te rapporteren onder de EU-taxonomieregels. Uitzonderingen gelden voor financiële holdings zonder managementactiviteiten.
- Ondernemingen mogen bij kleinere zakenpartners die niet onder het toepassingsgebied vallen niet meer informatie opvragen dan wat in de vrijwillige normen is vastgelegd.
- De duurzaamheidsrapportagestandaarden (ESRS) moeten vereenvoudigd worden en voor zover mogelijk kwantitatief van aard zijn; dubbele rapportage voorkomen; onevenredige administratieve of financiële lasten vermijden; en waar mogelijk interoperabel zijn met internationaal erkende standaarden.
- De bevoegdheid van de Commissie om sector-specifieke standaarden via gedelegeerde handelingen aan te nemen, wordt verwijderd. In plaats daarvan kan de Commissie vrijwillige sector-specifieke richtlijnen uitgeven.
Eerdere beslissingen
- Beperking vragenlijst tot VSME voor alle ondernemingen die niet onder de verplichte duurzaamheidsrapportage vallen.
- Geen assurance (zekerheid) vereist over de rapportage door kmo’s.
- Verminderen aantal datapunten in de ESRS (European Sustainability Reporting Standards).
- Rapporteren op vrijwillige basis blijft mogelijk.
Richtlijn betreffende zorgvuldigheidsplicht op het gebied van duurzaamheid (CS3D)
- Van toepassing voor bedrijven met minstens 5.000 werknemers en een omzet van 1,5 miljard euro.
- Het Europees Parlement kiest voor een risicogebaseerde aanpak. Bedrijven moeten kijken waar de grootste risico’s zich voordoen, ongeacht of die risico’s bij een directe of indirecte zakenpartner liggen. Ze baseren zich hiervoor op redelijk beschikbare informatie en voeren alleen een meer diepgaande beoordeling uit daar waar ernstige risico’s groot en waarschijnlijk zijn.
- Bedrijven mogen echter geen informatie opvragen bij zakenpartners met minder dan 5.000 werknemers, tenzij dit strikt noodzakelijk is en op geen enkele andere manier kan worden verkregen.
- Het Europees Parlement heeft alle verplichtingen voor klimaattransitieplannen geschrapt. Ondernemingen hoeven geen transitieplan op te stellen om hun bedrijfsmodel aan te passen aan de Overeenkomst van Parijs.
- Het Europees Parlement heeft de EU-brede civiele aansprakelijkheid afgeschaft. Bedrijven blijven alleen op nationaal niveau aansprakelijk.
- Daarnaast kunnen bedrijven nog steeds boetes krijgen voor het niet naleven van zorgvuldigheidsvereisten, maar lidstaten kunnen de hoogte van deze boetes zelf bepalen.
- Om de naleving van rapportage- en zorgplichtverplichtingen te vergemakkelijken, wilt het Europees Parlement dat de Commissie een digitaal portaal opzet. Dit portaal moet fungeren als een one-stop shop, waar bedrijven gratis toegang hebben tot sjablonen, richtlijnen, rapportagevereisten, vrijwillige tools en informatie over financiering- en aanbestedingsmogelijkheden.
Volgende stappen richtlijnen CSRD en CSDDD
Het Omnibus I - pakket is op 16 maart 2026 in werking getreden. De lidsstaten krijgen nu een jaar om de aanpassingen in de CSRD op te nemen in de lokale regelgeving. De aanpassingen in de CS3D moeten tegen juli 2028 verwerkt worden en zijn van toepassing vanaf 2029.
Wat betekent dit nu precies?
Het Europees parlement heeft gezorgd voor heel wat vereenvoudigingen die maken dat jij als KMO-bouwbedrijf veel minder snel zal geconfronteerd worden met heel uitgebreide vragenlijsten over jouw duurzaamheid. Je moet zelf ook minder ver in je toeleveringsketen bevragen.
Heel concreet: Je zal slechts heel beperkt met deze regelgeving worden geconfronteerd. Je hebt geen uitgebreide rapportageplicht, maar je kan nog altijd vragen krijgen over je duurzaamheid waar je een antwoord op moet kunnen geven.
- Ga je bij de bank langs voor een investeringskrediet dan kan het zijn dat de bank je, ook als je niet onder de regelgeving valt, toch een aantal vragen stelt over de duurzaamheid in je bedrijf. In dat geval mogen nooit meer of andere vragen als deze die in de VSME-lijst zijn opgenomen, aan je gesteld worden.
- Werk je in directe onderaanneming voor een bedrijf dat wel onder de regelgeving valt, dan zou je wel kunnen bevraagd worden over je duurzaamheid omdat je in de eerste rang van de waardeketen zit. Maar ook dan mogen niet meer vragen over je duurzaamheid als deze zoals opgenomen in de VSME-lijst worden gesteld.
Dat alles betekent natuurlijk niet dat je helemaal niet meer moet nadenken over hoe jij duurzamer kan gaan ondernemen. Het blijft belangrijk om met meer aandacht te kijken naar omgeving, mens en milieu, en de consequenties van klimaatverandering op je eigen onderneming en de bouwprojecten die je uitvoert.
Je kan zorgen voor een betere leefomgeving door o.a. je CO2-uitstoot te beperken door bv. het bouwen van lage-energiegebouwen of het elektrificeren van je werfverkeer.
Je kan je materialenverbruik beperken door het efficiënter inzetten van nieuwe materialen en het hergebruiken en recycleren van bestaande materialen.
Daarnaast zorgt een duurzaam personeelsbeleid voor meer tevredenheid bij je werknemers. En ook klanten kijken steeds vaker uit naar hoe een bouwbedrijf de zaken aanpakt.
Bovendien kan je met al je duurzame initiatieven ook nog eens uitpakken in je communicatie.
Blijf dus vooral doorgaan met het verduurzamen van je bouwonderneming. En dat kan zeker stap voor stap. Je hoeft niet meteen alles aan te pakken. Vergeet niet dat verduurzamen ook heel wat kansen biedt. En die kan je maar beter niet laten liggen!
Wil jij hiermee aan de slag in jouw bedrijf? Dan kan je de opleiding sustatool volgen. Die geeft jou inzicht in waar je al staat en waar je nog kan groeien. Je eindigt met het opmaken van een eerste heel eenvoudig duurzaamheidsrapport dat je kan gebruiken om te antwoorden op vragen van banken, klanten of medewerkers.
Bouwbedrijven zijn vaak al veel duurzamer bezig dan ze zelf denken! Benieuwd hoe dat bij jou zit? Of wil jij aansluiten bij de voorlopers die inzetten op duurzaam ondernemen?
Schrijf dan snel in voor de opleiding via deze link Sustatool | Bouwunie