Sloopopvolgingsplan en selectief slopen

slopen

Selectief slopen, sloopinventaris, sloopopvolgingsplan, sloopopvolging, sloopbeheerorganisatie, milieurisicoprofiel, … Slopen is al lang niet meer te beschrijven in termen van neerhalen, oprapen en afvoeren. We proberen duidelijkheid te brengen en de inspanningen voor selectief slopen binnen een duurzaam materialenbeheer te plaatsen.

De opmaak van een sloopinventaris is al een geruime tijd verplicht bij de afbraak van bedrijfsgebouwen. Sinds juni 2018 geldt de verplichting om een sloopopvolgingsplan op te stellen, en dit bij de afbraak van meerdere types gebouwen en bepaalde infrastructuurwerken.

Dit jaar veranderde ook hoe de uitbaters van breekinstallaties steenpuin aanvaarden. Puin krijgt een zogenaamd milieurisicoprofiel. Voor puin met een onbekende herkomst en kwaliteit is dat een hoog milieurisicoprofiel (HMRP). Dat zal de breker strikt opvolgen. Puin afkomstig van selectieve sloop dat de sloopbeheerorganisatie Tracimat heeft opgevolgd, krijgt een laag milieurisicoprofiel (LMRP). Doordat Tracimat garanties kan geven over de herkomst en kwaliteit van het puin moet het minder strikt gecontroleerd worden bij de breker. Sorteerinstallaties van sloopafvalstoffen ten slotte hebben een kwaliteitsborgingssysteem nodig wanneer ze puin afvoeren naar een puinbreker.
 

Even enkele stappen terug

Sinds 2009 was het verplicht om de afvalstoffen die zouden ontstaan bij de sloop- of ontmantelingswerken van bedrijfsgebouwen op te lijsten in een sloopinventaris. De sloopinventaris maakte deel uit van de contractuele verbintenis tussen de bouwheer/ opdrachtgever enerzijds en de aannemer die de werken zou uitvoeren anderzijds.  Van gebouwen met een andere functie dan wonen en met een bouwvolume groter dan 1000 m³ moest de sloopinventaris opgesteld worden door een deskundige. Het Vlarema, uitvoeringsbesluit van het Materialendecreet, vermeldt deze verplichting in artikel 4.3.3. Een deskundige diende evenwel niet erkend of geregistreerd te zijn. Elke architect kon er dus voor opteren om als deskundige een sloopinventaris op te stellen. De OVAM stelde daartoe een leidraad ter beschikking.

Vanaf februari 2017 legde de Vlaamse regelgeving een koppeling tussen de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en de sloopinventaris. Deze werd gemaakt om de verplichting tot de opmaak van de sloopinventaris beter te kunnen handhaven. De sloopinventaris –indien verplicht- maakte vanaf dan deel uit van het dossier voor de omgevingsvergunning. De omgevingsambtenaar stelde louter vast of dit document bijgevoegd werd, zonder een inhoudelijke beoordeling te maken.
 

Ontwikkelingen in 2018, nieuw Vlarema

Vanaf 5 juni 2018 wijzigde het bewuste artikel 4.3.3 van het Vlarema. In plaats van een sloopinventaris moest een deskundige vanaf dan een sloopopvolgingsplan opstellen, en dit in opdracht van de aanvrager van de omgevingsvergunning. Het toepassingsgebied breidde bovendien uit van louter bedrijfsgebouwen naar hoofdzakelijk residentiële gebouwen groter dan 5000 m³ en naar infrastructuurwerken groter dan 250 m³. Voor bedrijfsgebouwen bleef de lat liggen op 1000 m³ bouwvolume.

De nieuwe bepalingen houden geen verplichting in tot het selectief slopen met een scheiding van alle afvalstoffen op de werf. De sloopopvolging door een sloopbeheerorganisatie zoals Tracimat is dus niet verplicht volgens het Vlarema. Wel moet een deskundige een inventaris van de gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen opstellen en een advies geven over de optimale mogelijkheden voor hergebruik of recyclage van de afvalstoffen die ontstaan bij de sloopwerken. Een sloopopvolgingsplan is dus eigenlijk een sloopinventaris aangevuld met advies over de verwerking van de afvalstoffen. Om te bepalen of een sloopopvolgingsplan moet worden opgesteld gelden grotendeels dezelfde criteria als voorheen voor de sloopinventaris.

De verplichting tot opmaak van een sloopopvolgingsplan geldt enkel indien voor de betreffende werken een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handeling vereist is. Zeker bij infrastructuurwerken vormt dat een belangrijk gegeven. Het sloopopvolgingsplan maakt deel uit van de aanvraag van de omgevingsvergunning, en dit is veelal geen evidentie. Het vergunningsproces is immers lang en doorloopt vele stadia zodat de opdrachtgever of zijn vertegenwoordiger dikwijls reeds in een erg vroeg stadium een aanvraag indient. Op dat moment is er vaak nog geen sloopopvolgingsplan beschikbaar. De volgende wijziging van het Vlarema zou dit euvel moeten verhelpen. Het sloopopvolgingsplan zal dan slechts voor de aanvang van de sloopwerken overgemaakt moeten worden. Noot: de vergunningverlenende overheid kan in de bijzondere bepalingen van de omgevingsvergunning opnemen dat bijkomende gegevens aan het sloopopvolgingsplan ten laatste voor de start van de werken mogen worden toegevoegd.
 

Toepassingsgebied verplichting sloopopvolgingsplan

Het bouwvolume is de maatstaf voor de verplichting om een sloopopvolgingsplan op te stellen.

Bij infrastructuurwerken gaat het om het bouwvolume van het infrastructuurwerk, uitgezonderd het grondwerk (dit valt onder de Vlarebo-regelgeving). Dit is het geschatte volume afvalstoffen van de (afbraak)werken. Het volume zuiver grondverzet zit daarin niet vervat. Het gaat dus bij wegeniswerken uitsluitend over toplagen, funderingen, … niet de gronden die zullen opgegraven of afgevoerd worden.

Bij gebouwen gaat het om de som van de bouwvolumes van alle gebouwen die zijn opgenomen in dezelfde omgevingsvergunning. Dit betekent dat bijgebouwen, loodsen, behuizingen van installaties, stallen, garages, … meetellen voor het bepalen van het bouwvolume. Indien meerdere gebouwen samen of onder eenzelfde vergunning worden afgebroken dan is de som van hun bouwvolumes ook het criterium om te bepalen of de verplichting geldt. Het bouwvolume omvat ook de onderkeldering en de fundering van een gebouw. Voor “hoofdzakelijk” residentiële gebouwen ligt de grens op een bouwvolume van 5000 m³. Dit is een vrij groot appartementsgebouw, maar kan ook slaan op de sloop van een groter aantal (rij)woningen onder dezelfde omgevingsvergunning. “Hoofdzakelijk” vergt enige interpretatie. De OVAM gebruikt de volgende vuistregel bij haar inschatting. Indien niet meer dan 1/3 van het totale bouwvolume een andere functie heeft dan wonen dan is het gehele gebouw te beschouwen als residentieel. Let wel het gaat dan om (opslag)ruimtes, garages voor professioneel gebruik.

Het sloopopvolgingsplan moet bij zowel bedrijfsgebouwen als residentiële gebouwen een inventaris bevatten van de afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraak van de wegenis en de parkeergelegenheden met verhardingen. Het eventuele grondwerk hoort niet bij deze oplijsting.
 

Wie stelt een sloopopvolgingsplan op?

Voor het opstellen van een sloopopvolgingsplan is geen erkenning van de deskundige vereist. Ook een architect kan dit document voor de bouwheeropstellen. De architect kan zijn of haar bouwheer adviseren, maar die blijft verantwoordelijk om de verplichtingen in Vlarema te vervullen.
 

Inhoud van een sloopopvolgingsplan

Volgens artikel 4.3.3, §2 van Vlarema omvat het sloopopvolgingsplan de identificatie van de werf met daaraan gekoppeld een overzicht van alle afvalstoffen die zullen vrijkomen.
Per afvalstof worden de volgende gegevens opgenomen:
1°            de benaming;
2°            de bijbehorende EURAL-code, vermeld in bijlage 2.1 van het Vlarema;
3°            de vermoedelijke hoeveelheid, uitgedrukt in hoeveelheid of gewicht;
4°            waar in het gebouw of infrastructuurwerk de afvalstof voorkomt, alsook de verschijningsvorm ervan;
5°           de wijze waarop de afvalstof overeenkomstig artikel 4.3.2 tijdens de sloop-, renovatie, onderhouds- en ontmantelingswerken selectief zal worden ingezameld, opgeslagen en afgevoerd.

Het sloopopvolgingsplan omvat ook een advies van de deskundige over de mogelijkheden voor hergebruik of recyclage van de afvalstoffen die bij de sloop-, ontmantelings- of onderhoudswerken vrijkomen. Een standaardprocedure die door de minister is goedgekeurd geeft richtlijnen voor het opstellen van een sloopopvolgingsplan. Alle informatie is beschikbaar op de site van OVAM: www.ovam.be/selectief­_slopen
 

Sloopopvolging door Tracimat

Vlarema legt enkel op om een sloopopvolgingsplan op te stellen. Verdere sloopopvolging door de sloopbeheerorganisatie is niet verplicht, maar is in vele gevallen wel aangewezen. Het geeft de bouwheer garanties dat de sloop selectief is gebeurd en de gevaarlijke afvalstoffen zoals asbest correct zijn afgevoerd. Aan de puinbreker geeft het meer zekerheid over de kwaliteit van het puin (zoals de beperking van de hoeveelheid stoorstoffen). Hierdoor zal het puin na bewerking tot gerecycleerde granulaten voldoen aan de milieu hygiënische vereisten van het Vlarema. De gebruikers van gerecycleerde granulaten hebben zo kwaliteitsvolle zuivere gerecycleerde granulaten die zij in een breed scala van toepassingen kunnen gebruiken.

Als u ervoor kiest om de werf te laten opvolgen door de sloopbeheerorganisatie Tracimat, dan kan enkel een bij Tracimat geregistreerde deskundige het sloopopvolgingsplan opstellen.  Dit sloopopvolgingsplan moet u door Tracimat laten conform verklaren. U moet de formulieren gebruiken die Tracimat ter beschikking stelt. Het voorbeeldformulier ‘sloopopvolgingsplan’ op de OVAM-website is daarvoor onvoldoende en niet bruikbaar.

Tracimat heeft een traceringsprocedure voor puin van selectieve sloop-, onmantelings- of onderhoudswerken opgesteld op basis van de standaardprocedure ‘traceerbaarheidssysteem voor bouw- en sloopmateriaal’. De tracering maakt een onderscheid tussen puin afkomstig van infrastructuurwerken en van gebouwen. De tracering van puin van gebouwen in kleine sloopwerven (< 1000 m³ bouwvolume) volgt een vereenvoudigde procedure.

Nadat de gehele procedure is doorlopen kan Tracimat met de gegevens van de breker een zogenaamd sloopattest afleveren.

Het sloopattest bevestigt dat de gevaarlijke afvalstoffen en de stoorstoffen apart van het puin zijn afgevoerd. Het sloopattest geeft dus garanties dat het puin vrij is van gevaarlijke en storende stoffen. Het duurt een tijd eer de deskundige of de aannemer alle afvoerbewijzen kan inzamelen en rapporteren aan Tracimat. Het is onmogelijk voor de breker om dit puin (voor elk van de verschillende werven) afzonderlijk te houden tot alle informatie is bekomen en Tracimat een sloopattest kan afleveren. De verwerking van het puin kan daarom al gebeuren van zodra de verwerkingstoelating is afgeleverd. Deze verwerkingstoelating geeft garanties dat de traceringsprocedure zal gevolgd worden en de verschillende fracties afzonderlijk op de werf zullen ingezameld en afgevoerd worden. De aanvrager (de sloopaannemer) heeft zich daartoe immers geëngageerd. Meer praktische uitleg over de sloopopvolging vindt u op de website van Tracimat.
 

Sloopopvolging en de puinverwerking

Het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten (EHR)  voerde vanaf 24 augustus 2018 een onderscheid van het puin op basis van een inschatting van het milieurisicoprofiel bij het afleveren bij de breekinstallaties. Bij hoogmilieurisico-profiel (HMRP) is de herkomst van het puin niet gekend of ontbreken garanties over de kwaliteit van het puin. Daarom moet puinbreker meer controles uitvoeren om te garanderen dat de gerecycleerde granulaten uit het puin zullen voldoen aan Vlarema en het EHR. Bij puin met laagmilieurisico-profiel (LMRP) zijn die garanties er wel en moet de breker minder controleren.

Vanaf 24 augustus 2018 wordt alle puin als hoogmllieurisico-profiel ingedeeld, tenzij kan worden aangetoond dat het LMRP is. Sloopopvolging door Tracimat is een van de manieren om aan te tonen dat het puin een LMRP heeft. Een bouwheer kan ook kiezen om het puin af te laten uitsorteren in een sorteerinrichting voor bouw- en sloopafval. Die moet werken met een kwaliteitsborgingsysteem (overeenkomstig bijlage 3 van het eenheidsreglement) om het puin te kunnen afvoeren naar een breker. Daarnaast kan de een bouwheer er voor opteren het puin als hoogmilieurisico-profiel naar een breekinstallatie te brengen.

De verschillende keuzes zullen elk hun prijskaartje hebben. Hoe hoog dat prijskaartje is zal afhangen van verschillende factoren, zoals de hoeveelheid puin die vrijkomt, de omgeving (stedelijk of landelijk), de nabijheid van sorteerinrichtingen e.d.  OVAM verwacht dat de markt zich zal richten naar deze nieuwe situatie. Tenzij het buitensporige kosten met zich meebrengt, raadt de OVAM aan om waar en zoveel als mogelijk gescheiden in te zamelen aan de bron. Dit geeft immers de beste kwaliteitsgaranties voor de bekomen gerecycleerde granulaten.

Meer informatie over de registratie als deskundige of het volgen van een opleiding kan u vinden op de website van de erkende sloopbeheerorganisatie Tracimat. www.tracimat.be
Op de website van de OVAM staan de standaardprocedures voor het opstellen van een sloopopvolgingsplan voor de sloopopvolging voor grote en kleine gebouwen, alsook voor wegeniswerken: www.ovam.be/gerecycleerdegranulaten

Auteur Philippe Van de Velde
 

Stel ons hier uw vraag. Bouwunie-leden contacteren het Bouwunie-expertenteam ook snel via 02 588 11 00 of via info@bouwunie.be.

Bedankt voor uw vraag. Een van onze experts volgt uw vraag verder op.
Er is een onherstelbare fout opgetreden.
Er was een probleem bij het laden van het formulier.
De verwerking is bezig. Even geduld a.u.b.

Graag nog even uw gegevens zodat we u indien nodig kunnen contacteren:

  • {{ data.formData.vat_isvalid = ((data.formData.vat && contactRequestForm.vat.$valid)? '1':null) }}
  • validatie...

  • Vul alle velden volledig in. De verplichte velden zijn aangegeven.

    Bouwunie verwerkt uw persoonsgegevens met het oog op leden- of prospectenbeheer. Indien u dit als niet-lid niet wil, volstaat een mail naar privacy@bouwunie.be.
    U kan uw gegevens inkijken en laten aanpassen via een eenvoudig verzoek aan Bouwunie mét bewijs van identiteit.
    Met vragen of klachten over gegevensverwerking kan u terecht bij de Gegevensbeschermingsautoriteit: www.privacycommission.be
    Het algemeen beleid van Bouwunie inzake gegevensverwerking vindt u onderaan deze pagina.

 
Bouwunie vzw
Maria-Theresialaan 35
1800 Vilvoorde
Tel: 02 588 11 00
E-mail: info@bouwunie.be
Web:
Unizo vzw
Willebroekkaai 37
1000 Brussel
Tel: 0800 20 750
E-mail: ondernemerslijn@unizo.be
Web:
Uw passie verdient de beste ondersteuning.

Bouwunie.be gebruikt cookies om u de beste ervaring op de website te bieden. Door op "OK" te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. U kan de cookies weigeren. Hou er wel rekening mee dat dan bepaalde grafische elementen niet correct verschijnen en u bepaalde applicaties niet volledig kan gebruiken.
Wilt u meer weten over cookies of uw cookie-instellingen voor deze website aanpassen? Klik dan op "Meer over cookies?".