Bouwunie kies je taal
 
Nog geen einde aan crisistunnel voor bouwsector

• Bouwbarometer blijft onder het vriespunt
• Lente brengt meer opdrachten, maar financiën ogen belabberd
• Beterschap pas voor 2011

De bouwbarometer die Bouwunie elk kwartaal publiceert, blijft in het eerste kwartaal van 2010 op het erg lage niveau van 97,7 indexpunten hangen. Dat is een een nieuw laagterecord.
Het betekent dat de bedrijfsleiders van de kleine en middelgrote bouwondernemingen erg pessimistisch gestemd zijn. Vooral de combinatie
“crisis - strenge winter” brengt de bouwbedrijven in de problemen. Dit uit zich in de weinig rooskleurige financiële situatie van vele bouwbedrijven. Zoals op het einde van vorig jaar al duidelijk werd, is 2010 een moeilijk jaar voor de bouw. Pas in 2011 verwachten de bouwbedrijven echt beterschap. Hopen maar dat hun buffer, die door de crisis en de winter geslonken is, groot genoeg is om het tot dan uit te zingen.

Het activiteitsvolume brandde bij de bouwbedrijven door de crisis op een lager pitje dan voorheen. In de jongste maanden is daar niet echt veel beterschap in gekomen. Terwijl 26% van de Vlaamse bouwbedrijven nu meer werk heeft, zegt 27% nog minder werk te hebben dan aan het begin van de winter. Bij de algemene en ruwbouwaannemers loopt dit percentage op tot 35%. Dit heeft alles te maken met het barre winterweer. In de periode van half december tot midden maart lagen de bouwwerven in Vlaanderen 52 werkdagen stil. Het is in de jongste 42 jaar slechts twee keer eerder gebeurd dat er meer dan 50 werkdagen niet gewerkt kon worden wegens vorst en/of blijvende sneeuw. Een erg slechte timing eigenlijk voor de bouwsector, die altijd wat later reageert op economische schommelingen en dus nog altijd de gevolgen draagt van de financiële en economische crisis. De negatieve gevolgen van de winter komen daar nog eens bovenop. 86% van de ruwbouw- en infrastructuurbedrijven ondervinden deze aan den lijve. Maar ook de andere subsectoren van de bouw, zoals de installateurs, schrijnwerkers, stukadoors en schilders, hebben niet kunnen werken en/of hun geplande werken moeten verschuiven. Niet werken betekent ook niet factureren. Aangezien de vaste en algemene kosten wel doorlopen, kampen vele bouwbedrijven met cashflowproblemen. 15% van hen (en 19% van de ruwbouwaannemers) is daardoor op zoek moeten gaan naar extra geld (lening, overbruggingskrediet, ...). Doordat de werkplanning in de soep is gedraaid (bij 77%), werken de gevolgen ook in de volgende weken en maanden nog door. Bovendien zegt meer dan de helft van de bouwbedrijven (55%) hierdoor nog een tijdlang financiële moeilijkheden te hebben.

Voor de volgende weken en maanden verwacht één op vier beterschap. Toch zegt 29% van de algemene en ruwbouwaannemers minder opdrachten in het verschiet te hebben. In de afwerkingssectoren is dat ook nog 20%. Het orderboekje is niettemin in globo iets beter gevuld dan in 2009. 77% heeft nog voor minder dan 6 maanden werk (ter vergelijking: in het vierde kwartaal van 2009 was dat 84%). Voor 33% van hen is dat minder dan 3 maanden (Q4/2009 = 37%). 23% heeft nog opdrachten voor meer dan 6 maanden (Q4/2009 = 16%).  Een mogelijke verklaring voor dit  orderboekje is de verschuiving van de voor de voorbije winter geplande werken.

12% van de Vlaamse bouwbedrijven heeft in de voorbije 3 maanden een of meer personeelsleden moeten ontslaan. Voor de toekomst verwacht 10% te moeten overgaan tot ontslagen. 8% van de Vlaamse bouwbedrijven heeft recent toch een of meer aanwervingen gedaan. Dit blijkt ook uit de arbeidsmarktcijfers van de bouwsector. Er zijn de jongste maanden wel duidelijk minder vacatures, maar het totaal aantal jobs is in de Vlaamse bouw ongeveer gelijk gebleven. Goede vaklui zijn en blijven schaars waardoor de bedrijven hen zo lang mogelijk willen behouden. Ontslagen is het laatste wat de bouwwerkgevers willen doen. Wanneer de economie aantrekt, zal het tekort aan vaklui trouwens snel weer de kop opsteken.

Tot zover de positieve noot. Want wat de financiën betreft, is er weinig goeds te melden.
De prijzen die de bedrijven voor hun werk kunnen aanrekenen, liggen bij 34% lager dan enkele maanden geleden. Slechts 50% zegt nu nog met winstgevende prijzen te kunnen werken. Dat is echt héél weinig (ter vergelijking: Q4/2009 = 58%, en dat is al niet fameus). 5% werkt zelfs met verlies. 28% geeft dan ook aan dat de winstgevendheid of rendabiliteit van het bedrijf serieus afgenomen is. 27% ziet daarin wel verbetering komen. Daarentegen zegt 23% dat de prijzen nog enkele maanden onder druk zullen staan waardoor de winstgevendheid niet direct op een gezond niveau kan komen. 52% spreekt van een scherpere concurrentiestrijd. De prijzen opkrikken is dan niet gemakkelijk. Daarbij komt nog dat 40% nu meer af te rekenen heeft met slechte betalers. Blijkbaar zitten ook de klanten krap bij kas. 

Om de bouw te ondersteunen, d.i. het jobbehoud in de sector te verzekeren én het bouwen betaalbaar te houden voor de bevolking, vraagt Bouwunie de regering om de bouwmaatregelen uit het relanceplan te verlengen (o.a. een verlaagd btw-tarief van 6% i.p.v. 21% voor de nieuwbouw van een gezinswoning op een schijf van 50.000 euro, wat voor de bouwer neerkomt op een besparing van 7.500 euro). Op z’n minst vraagt Bouwunie om het verlaagde btw-tarief van 6% bij vernieuwbouw na sloopwerken te veralgemenen tot het volledige grondgebied. Dit tarief is altijd van toepassing voor de afbraak en heropbouw van een woning in een van de 32 kernsteden, en tijdelijk - via het relanceplan en dus tot het einde van het jaar met een vóór 1 april ingediende bouwvergunning - ook in de rest van België. Het gaat hier eigenlijk om doorgedreven renovatie. Heel wat panden zijn van slechte kwaliteit en/of onaangepast voor moderne bewoning. Deze panden afbreken en vervangen door een moderne, comfortabele en energiezuinige woning verdient ondersteuning. Budgettair heeft deze veralgemening weinig gevolgen aangezien nu al een derde van de Belgische bevolking (d.i. het aantal inwoners in de 32 steden) ervan kan genieten, deze maatregel aanzienlijke terugverdieneffecten genereert én deze de kwaliteit van het woningenpark opkrikt. 

Bouwunie peilt met de bouwbarometer vier maal per jaar (sinds 1996) naar het sociaal-economische klimaat bij de Vlaamse bouw-kmo's, uit de ruwbouw, de afwerking en de burgerlijke bouwkunde. De laatste peiling gebeurde begin maart bij een representatief staal van 227 Vlaamse bouw-kmo's en –zelfstandigen.De bouwbarometer geeft een beeld van de huidige en de verwachte economische ontwikkeling. De Bouwunie-bouwbarometer wijkt soms wat af van het “bouw”-gedeelte uit de conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België. Dit komt omdat in de conjunctuurbarometer van de Nationale Bank enkel de ruwbouw van gebouwen en de burgerlijke bouwkunde opgenomen zijn. Bouwunie bevraagt ook de bedrijven actief in de afwerking van gebouwen zoals schrijnwerkers, installateurs cv en sanitair, schilders-woninginrichters en stukadoors.

bouwbaro q1 2010







Aangemaakt op 22/03/2010
Laatste aanpassing 22/03/2010
BronBOUWUNIE
Contactpersoon  Anja Larik
 
Terug naar vorige pagina
Renson



  Login voor leden

Leden en bestuurdersplatform

Log hier in voor controle
registratie, attest 30bis, enz.




  • Problemen bij het inloggen
    Klik hier voor meer info.

   Nieuwsbrief


Schrijf u in voor de Bouwunie nieuwsbrief


FEBE
 
   
   
   
Bezoek de Unizo website Nederlands Français English Deutsch