Onze beroepsfederatie Bouwunie Infrastructuurwerken treedt regelmatig in overleg met de nutsmaatschappijen en de waterwegbeheerders en volgt de problematiek m.b.t. het onderboren van bevaarbare waterwegen in Vlaanderen op de voet. Vandaag bestaat geen geschreven leidraad of code voor onderboringen zoals bij nutsleidingen langs gemeentewegen.
Het systeem van onderboringen bestaat al vele jaren maar de techniek en sturing zijn grondig geëvolueerd zodat
bepaalde artikels in de technische voorwaarden, opgemaakt door waterwegbeheerder De Scheepvaart en verstuurd bij elke aanvraag, achterhaald zijn en niet meer voldoen aan de huidige normen. Daarbovenop komt het feit dat bij Waterwegen en Zeekanaal bij voorbeeld geen technische teksten bestaan die bij het vergunning van boringen gebruikt kunnen worden. De noodzaak van een code voor gestuurde boringen ligt voor de hand.
Deze code voor gestuurde boringen moet volgens het overlegplatform van 21 november 2007 onderstaande zaken gedetailleerd behandelen:
1/ waarborg veiligheid bekeken vanuit het standpunt van:
o vergunningverlener (grondige studie en risicoanalyse voor vermijden van dijkbreuken bij kanalen in ophoging, vermijden van onderloopsheid, risico op doorslag,…)
o bouwheer (risicoanalyse voor slagen opzet,…)
o aannemer (risicoanalyse voor werkwijze, arbeiders,…)
2/ procedure vergunningsaanvraag met aandacht voor:
o technische vereisten voor gestuurde boring (voorwaarden, plannen, nevenverschijnselen bij uitvoering,…)
o exploitatie van de waterweg, minder hinder (scheepvaartverkeer, laad- en losoperaties, omliggende constructies en gebouwen,…)
o waarborgen van goed gebruik van de ondergrond (vanuit standpunt van openbare instelling)
o inventariseren van toestand achteraf door indienen van elektronische as-built dossiers en deze op te nemen in GIS
o het verleden reconstrueren
3/ coördinatie en communicatie
o in ontwerpfase
o in uitvoeringsfase
o na uitvoering
Technische vereisten en best practices
Het lijkt ons wel even opportuun om even een aantal pijnpunten in dit dossier toe te lichten en de noodzaak van de code van goede praktijk aan te tonen. De huidige technische teksten zijn verouderd maar de basisprincipes blijven overeind. Er dienen eerstdaags doelstellingen worden vooropgesteld naar veiligheid, techniek en communicatie. Bovendien zijn er weinig studiebureaus met kennis over onderboringen. Als er dan al studies worden uitgevoerd blijken deze eerder gericht te zijn op de eigenlijke boring (vb. sterkte materiaal, in te zetten materieel,….) en minder op de risico-inschatting naar omgeving toe tijdens en na de werken (vb. overstromingsgevaar, stabiliteit van de oever, doorslag, onderloopsheid…). Er is nood aan een studiebureau en / of veiligheidscoördinator met een specialisatie in onderboringen. Tot slot dient men zich bij een onderboring te documenteren met het handboek van Fluxys of de veelal omslachtige Nederlandse Pijpleidingencode en daar wringt het schoentje.
Studiebureaus
Het schrijven van een leidraad analoog aan de code voor nutsleidingen langs gemeentewegen zou een oplossing zijn. Hiervoor doet men vandaag beroep op ervaringsdeskundigen gespecialiseerd is in gestuurde boringen, studiebureaus en nutsmaatschappij. Veiligheid, techniek en algemene coördinatie, veiligheidscoördinatie zijn de sleutelbegrippen bij het opmaken van deze geschreven code.
Het studiebureau dient een risicoanalyse op te stellen met procedures waaraan de aannemer moet voldoen bij uitvoering. Aandachtspunt hierbij is de verantwoordelijkheid. De op te maken teksten dienen goed geformuleerd te zijn zodat de verschillende verantwoordelijkheden bij de juiste instanties liggen m.n. de beheerder van het openbaar terrein, de opdrachtgever, het studiebureau en de betrokken aannemer.
Code voor infrastructuur- en nutswerken langs gemeentewegen
Bij de code voor onderboringen zou best verwezen worden naar de bestaande code voor infrastructuur- en nutswerken langs gemeentewegen. Bij deze code doelt men op het vastleggen van eenvormige afspraken bij uitvoering van werken op het gemeentelijk openbaar domein met een of meerdere nutsbedrijven als opdrachtgever. Het is een leidraad voor communicatie tussen alle partijen en is vandaag gestoeld op TB 250 en het KB Tijdelijke Mobiele Bouwplaatsen.
Algemeen en bijzonder lastenboek
Bouwunie Infrastructuurwerken wil graag betrokken partij zijn in het ontwikkelen van de teksten. Er dient in principe een algemeen lastenboek opgemaakt te worden dat aangevuld wordt met een bijzonder lastenboek.
Om een algemeen lastenboek te bekomen voor gestuurde boringen dienen al de aanwezige lastenboeken van alle nutsmaatschappijen naast elkaar gelegd waaruit een consensus kan vloeien dat verwijst naar typebestekken 250 of 230 en de code. Bij een bijzonder lastenboek is het al dan niet veilig zijn of het al dan niet slagen van een gestuurde boring afhankelijk van zoveel verschillende parameters zodat de afwijkingen en typische zaken niet in een algemeen lastenboek opgenomen kunnen worden. Mogelijk bepalende parameters zijn de locatie van boring, het type waterweg, de omgevingsfactoren (ondergrond, waterniveau t.o.v. maaiveld, ….) en de vergunningverlenende openbare instelling.
In de code van onderboringen zou een sperperiode van vijf jaar gehanteerd worden en dienen nog afspraken gemaakt te worden m.b.t. de afstand. Het KLIP kan een rol spelen in het kenbaar maken van toekomstige werken en het verwittigen van de leidingbeheerders.
Bepaling van het langsprofiel, bijkomende verplichtingen en de uitwisseling via GIS
De nutsmaatschappijen, waterwegbeheerders en de aannemers nemen eerstdaags de uitvoeringsmodaliteiten en technische teksten onder de loep en zullen de vergunningsprocedure herschrijven. Daarnaast is er bijzonder veel aandacht voor de bepaling van het langsprofiel, bijkomende verplichtingen en de uitwisseling via GIS:
- Voor de waterwegbeheerder is het belangrijk dat er één aanspreekpunt is m.n. de bouwheer. De vergunning wordt verleend aan de bouwheer die op zijn beurt een studiebureau en aannemer aanstelt. De voorstudie wordt uitgevoerd in overleg met de waterwegbeheerder.
- Het langsprofiel is afhankelijk van aannemer tot aannemer. De bepaling van de leiding in het verticale vlak zijn zeer nauwkeurig te meten en tot op enkele millimeters na te bepalen. De bepaling van de leiding in het horizontale vlak is moeilijker. Hier zijn afwijkingen mogelijk tot een halve meter. Algemeen kan gesteld worden dat een venster met een breedte van 2 meter moet volstaan om de leiding aan te duiden en te detecteren.
- Bij de aanvraag van de vergunning tot onderboring dient geografische data digitaal bezorgd aan de waterwegbeheerder. De specificaties voor dit ‘eenvoudig ontwerp‘ worden verder uitwerkt.
- Na de onderboring dient er een as-built opgeleverd te worden aan de beheerder, zowel het grondplan, langsprofiel als het dwarsprofiel. De waterwegbeheerder opteert om te verwijzen naar de GRB-bepalingen. De specifieke eisen van dit gedetailleerd as-builtdossier worden verder uitgewerkt.
- Sonderingen ter plaatse van de geplande boringen kunnen zeer belangrijke info verstrekken. Deze gegevens kunnen opgevraagd worden bij DOV (Databank Ondergrond Vlaanderen). In de teksten van de waterwegbeheerder zal een artikel worden opgenomen waarin vermeld staat dat de ondergrond gekend moet zijn.
Fernand Verheyden treedt als afgevaardigde van Bouwunie Infrastrcutuurwerken elk kwartaal in overleg met de nutsmaatschappijen en de waterwegbeheerders. Vandaag zijn Eandis en Infrax (Interelectra) namens het segment van de nutsmaatschappijen en nv De Scheepvaart, nv Waterwegen en Zeekanaal namens de waterwegbeheerders betrokken in de overlegstructuur. Op termijn is het de bedoeling om ook de andere kabel- en leidingbeheerders, alsook de verschillende havens en niet bevaarbare waterwegen in het overleg te betrekken.
|